Behandeling van acute lymfatische leukemie (ALL)

Datum laatste herziening: 20-01-2010

Nota vooraf

Definitie 'ALL met hoog risico'

Groninger schema, adaptatie januari 2008

I. Pre-inductie

II. Remissie-inductie: oncovin-prednison-adriamycine 'OPA'

III. CZS-profylaxe en behandeling

IV. Consolidatie

V. Maintenancetherapie

VI. ALL c.q. lymfoblastair T-cellymfoom met mediastinale massa

VII. Allogene stamceltransplantatie

PM. Patiënten die niet in aanmerking komen voor intensieve therapie

HOVON 100-studie

A. Adolescenten en jonge volwassenen tot 40 jaar

B. Patiënten tussen 40 en 70 jaar

Recidief ALL

Literatuur

Verwante pagina's

Links in deze pagina

Trial-info

Nota vooraf

Het UMCG heeft een eigen variant op de standaardbehandeling van ALL ontwikkeld met gunstige resultaten (Daenen, 1998; 2007). Een belangrijk onderdeel van het 'Groningse schema' is de zgn. pre-inductie, die tot doel heeft een snelle tumorloadreductie te bewerkstelligen met niet-kruisreagerende cytostatica, nog vóór de start van de reguliere inductiebehandeling. Vergelijking met resultaten van de HOVON-studies bij volwassenen met ALL toonde een statistisch significant betere survival aan voor het Groningse schema. In 2006-2007 verrichtte de HOVON een studie (HOVON 71) waarin werd getest of de gunstige resultaten van dit behandelschema konden worden bevestigd in een multicenterstudie, m.n. bij patiënten boven 40 jaar. Analyse van de gegevens bevestigde de gunstige resultaten, op zijn minst in vergelijking met andere schema’s in deze leeftijdsgroep maar dit gebeurde wel ten koste van behoorlijke toxiciteit, vooral infecties en ernstige mucositis. Bij patiënten boven 60 jaar moet daarom kritisch gekeken worden of intensieve therapie wel haalbaar en wenselijk is. Verder werden enkele aanpassingen van het behandelprotocol doorgevoerd, met het doel de toxiciteit te reduceren, met behoud van effectiviteit.

Buiten studieverband krijgen patiënten in het UMCG dit schema. Maar omdat er altijd plaats blijft voor verbetering worden patiënten in principe opgenomen in de HOVON-studies, thans de HOVON 100 – de eerste gerandomiseerde ALL-studie van HOVON – in samenwerking met EORTC. Hierin wordt onderzocht of toevoeging van een nieuw middel, nl clofarabine, in de voorfase van de behandeling (en opnieuw later in het behandeltraject) een gunstig effect heeft op de uitkomst van de ALL-behandeling.

Voor patiënten jonger dan 40 jaar wordt uitgegaan van het (sterk vereenvoudigde) HOVON 70-schema, dat is afgeleid van protocollen uit de kinderkliniek (hier van de FRALLE-groep), thans beschouwd als de standaard voor jonge volwassenen, op basis van retrospectieve vergelijkingen bij adolescenten (Boissel, 2003; de Bont, 2003) en prospectieve studies, w.o. HOVON 70 (zie ook (Sallan, 2006; DeAngelo, 2007; Huguet, 2009).

Voor patiënten tussen 40 en 70 jaar blijft het Groninger schema de basis maar met belangrijke wijzigingen: de pre-inductie, waarschijnlijk de voornaamste bewerker van onze goede resultaten, werd naar een latere fase in de behandeling verplaatst en in de plaats kwam een nieuwe prefase met prednison, met of zonder clofarabine. Daarenboven werden de intensiveringen tijdens de maintenancefase weggelaten. Met de nodige alertheid wordt bekeken of dit niet leidt tot achteruitgang van onze resultaten (m.a.w. maakt het uit in welke fase van de behandeling de 'pre-inductie' wordt gegeven?).

Definitie 'ALL met hoog risico'

Een of meer van de volgende factoren correleert met hoog risico:

Minder harde prognostische parameters zijn:

Groninger schema, adaptatie januari 2008

I. Pre-inductie

Start een dag tevoren met hydreren, alkaliniseren, allopurinol.

PM. Bij hoge dosis MTX hoort:

  1. hyperhydratie met (licht) alkaliniseren, i.e. pH van urine tussen 7 en 8, te starten 12 uur voor MTX-gift, en
  2. leukovorin rescue, te starten 24 uur na MTX-infusie, te continueren tot MTX-spiegel in het bloed <15 µg/l (< 33x10-9/l) bedraagt (zie Profylaxe en behandeling van meningeale leukemie).

II. Remissie-inductie: oncovin-prednison-adriamycine 'OPA'

Twee identieke kuren van 3 weken; de tweede OPA-kuur start na regeneratie van het bloedbeeld maar ten vroegste op dag 22 van de eerste OPA-kuur, mits minimaal een PR bereikt is; bij onvoldoende respons dient een alternatief schema (vb AML-type behandeling of experimentele therapie) gegeven te worden.

ALL met t(9;22)

Dasatinib (Sprycel®) dient te worden toegevoegd aan de therapie van de ALL zodra bekend is dat er een Philadelphiachromosoom aanwezig is, behalve tijdens asparaginasegebruik (i.e. de consolidatiekuur). De dosering is 1 x per dag 100 mg.

PM:

  1. In dit schema werd het voorheen gebruikte dexamethason (dexa) vervangen door prednisolon ('ODA' werd 'OPA'), omdat dexa in belangrijke mate lijkt bij te dragen aan de toxiciteit van ODA (waardoor de wat hogere effectiviteit in vgl met prednison teniet gedaan wordt) en omdat de betere penetratie van dexa in het CNS minder essentieel lijkt bij goede CNS-profylaxe.
  2. Predniso(lo)n kan erg katabool zijn, let op goede calorie-intake, geef evt. TPN (ondanks toegenomen risico op ontregeling van het glucosemetabolisme en infectie).
  3. De katabolie veroorzaakt ook veel spierafbraak en botverlies. Houd de patiënt zo mobiel en actief mogelijk. Stimuleer spierversterkende oefeningen.
  4. Het blijkt dat prednison meestal niet hoeft afgebouwd te worden, maar aandacht voor mogelijk bijnierdysfunctie is noodzakelijk.
  5. Goede infectieprofylaxe, inclusief tegen schimmelinfecties, is noodzakelijk.
  6. Wanneer wekelijks gegeven, is de dagdosis vincristine dus 1 mg totaal, i.t.t. de gebruikelijke lichaamsoppervlakafhankelijke dosis van 1,4 mg/m2 met een maximum van 2 mg, bij minder frequente toediening.

III. CZS-profylaxe en behandeling

Zie Profylaxe en behandeling van meningeale leukemie (en Haaxma-Reiche, 1988).
Essentieel is vroeg te starten met CZS-profylaxe, d.w.z. in de eerste week van opname, maar wel bij voorkeur pas als de circulerende blasten reeds fors gedaald zijn (Dutch Childhood Oncology Group, 2006).

IV. Consolidatie

Na regeneratie van de tweede OPA:

Synergisme (Capizzi, 1984) is optimaal als asparaginase gegeven wordt 6 uur na de laatste gift AraC; wegens de potentiële bijwerkingen wordt asparaginase om 9.00 hr gegeven, AraC wordt derhalve op ongebruikelijke tijden toegediend, nl. om 15.00 en 3.00 hr.
Tijdens asparaginase: tensiecontrole en dgl controle van glucose, amylase en stollingsparameters, vooral fibrinigeen en AT;
van bij de start asparaginase tot normaliseren AT (spiegel > 70%): fraxiparine 0,3-0,6 ml dd.
i.v.m. mogelijke anafylactische reacties prednison 50 mg, tavegil 2 mg en adrenaline 1 mg (opgelost in 10 cc NaCl 0,9%) paraat houden, niet alleen bij de eerste gift asparaginase, maar ook bij de volgende giften.

V. Maintenancetherapie

Na regeneratie van de consolidatiekuur en herstel van stollingsparameters poliklinische behandeling tot een totale behandelduur van 2,5 jaar (vgl Childhood ALL Collaborative Group, 1996):

A. Standaard onderhoudsschema:

dag 29 = dag 1

Gestreefd wordt naar leukocytengetal 3-4 x109/l; bij waarde > 4: MTX en/of 6-MP ophogen, bij waarde < 3: MTX en/of 6-MP verlagen;
zeer belangrijk: bij gelijktijdig gebruik van 6-MP en allopurinol de dosis 6-MP tot een derde terugbrengen.

B. Intensivering

Na telkens drie standaardkuren afwisselend:

dag 29 = dag 1

N.B.: dag 1 t/m 7 worden gegeven zoals standaardkuuur (dus vincristine en prednison). MTX en 6-MP worden vervangen door 1 van bovenstaande schema's.

PM. bij Philadelphia+ ALL wordt imatinib in alle fases van behandeling en zelfs na staken van de maintenance gecontinueerd (Thomas, 2004).

VI. ALL c.q. lymfoblastair T-cellymfoom met mediastinale massa

Na de consolidatiekuur en voor de start van de maintenancetherapie:
overweeg radiotherapie 24 Gy op de oorspronkelijke massa maar effectiviteit hiervan werd niet bewezen. Omgekeerd, bij kinderen is er geen voordeel van radiotherapie.
PM. Patiënt vroegtijdig naar afd. Radiotherapie voor lokalisatiefoto's

VII. Allogene stamceltransplantatie

Indicaties voor BMT met verwante donor, i.e. een HLA-identiek familielid in de eerste graad, zijn ALL-patiënten in eerste CR behalve bij zeer gunstige prognose, nl.:

Indicaties voor MUD kunnen zijn jongere patiënten (<40 jaar) met zeer ongunstige prognose, nl.

Volgens consensus krijgen patiënten >40 jaar in Nederland een nonmyeloablatieve conditionering of RIST (reduced intensity stem cell transplantation).

PM. Patiënten die niet in aanmerking komen voor intensieve therapie

Voor veel oudere patiënten en patiënten met comorbiditeit is intensieve therapie te toxisch, met te groot risico dat de therapie zelf leidt tot overlijden t.g.v. complicaties. Meestal wordt de pre-inductie wel voldoende getolereerd en met een combinatie van de pre-inductie, onmiddellijk gevolgd door de maintenancetherapie, wordt in vele gevallen een remissie bereikt die langer dan een jaar kan aanhouden, met goede kwaliteit van leven.

HOVON 100-studie

In feite twee parallelle studies, een voor jongeren en een voor ouderen, met gelijke vraagstelling, nl of toevoeging van clofarabine leidt tot verbetering van de resultaten van de ALL-behandeling. De studie begint als gerandomiseerde fase II (feasibility), waarin de beste dosis clofarabine wordt bepaald; aansluitend volgt een gerandomiserde fase III, met EFS als primaire doel. Philadelphia-chromosoom-positieve patiënten komen in aanmerking voor deze studie; imatinib wordt toegevoegd aan de behandeling, behalve tijdens clofarabine en asparaginase, wegens mogelijke interferenties.

Een aantal belangrijke aanpassingen in deze studie zijn, in vergelijking met het beleid tot nu toe:

Schematisch:

Hier volgt een korte beschrijving van de fases van de behandeling. Voor meer gedetailleerde informatie wordt verwezen naar het originele HOVON 100 protocol op de HOVON-site.

A. Adolescenten en jonge volwassenen tot 40 jaar

  1. Prefase:
  2. Remissie-inductie: kuur van 3 weken, startend op dag 8, bestaande uit: G-CSF wordt toegevoegd om regeneratie van beenmerg te bevorderen.
  3. Twee consolidatiekuren (A en B).
    De eerste (A) bevat: Hoofdbestanddeel van de tweede (B) zijn twee kuren (tussenpauze van 2 weken) met hoge dosis MTX (5000 mg/m2 met leucovorin rescue); verdere bestanddelen zijn:
  4. Patiënten die gerandomiseerd werden voor clofarabine in de prefase, krijgen een 'tussenkuur', ook consolidatie genoemd, met dezelfde dosis clofarabine als in de prefase gedurende 5 dagen.
  5. Twee intensiveringen (I-A en I-B).
    De eerste kuur is analoog aan de remissie-inductiekuur met vervanging van prednison door dexamethason (10 mg/d gedurende 2 weken), vincristine door vinblastine en daunorubicine door adriamycine; opnieuw wordt 2x PEG-asparaginase toegediend.
    I-B is gelijk aan consolidatie A.
  6. Patiënten die in aanmerking komen voor alloSCT worden getransplanteerd na de intensiveringen.
  7. Interfase A en B:
    twee gelijke kuren met een tussenpauze van 4 weken, tevens identiek aan consolidatie-kuur B, met o.a. hoge dosis MTX.
  8. Patiënten met meningeale aantasting bij diagnose, en die niet in aanmerking komen voor SCT, ondergaan in deze fase schedelbestraling 24 Cy.
  9. Hierop volgt een intensivering die identiek is aan de remissie-inductiekuur maar met 3x wekelijks daunorubicine 30 mg/m2 i.p.v. 2x 40 mg/m2/d.
  10. Na de intensieve chemotherapie volgt een onderhoudsfase, die loopt tot twee jaar na diagnose. Zij bestaat uit: Het eerste jaar, van 4 weken na het begin van de onderhoudsbehandeling af, wordt de 6-mercaptipurine en MTX maandelijks gedurende één week onderbroken voor reïnductie met prednison en vincristine.

De CZS-profylaxe met MTX en dexamethason i.t. start bij diagnose en beslaat in het totaal 15 injecties, eindigend een jaar na het begin van de onderhoudsfase. Bij CZS-aantasting bij diagnose, dus voor CZS-therapie, worden er in de beginfase drie MTX-injecties extra gegeven tot op het eind van de interfase, wanneer CZS-bestraling 24 Gy in 16 dagen plaats vindt.

B. Patiënten tussen 40 en 70 jaar

  1. Prefase: identiek aan A.
  2. Remissie-inductie I: i.t.t. het Groningse schema wordt adriamycine slechts 2x gegeven (wegens de mogelijke impact van de eerdere clofarabine) en dit om de week; i.t.t. het jongerenschema wordt in deze fase geen asparaginase gegeven.
  3. Consolidatie I: komt overeen met de 'oude' pre-iductie.
  4. Patiënten die gerandomiseerd werden voor clofarabine in de prefase, krijgen een 'tussenkuur', ook consolidatie genoemd, met dezelfde dosis clofarabine als in de prefase gedurende 5 dagen.
  5. Remissie-inductie II: het standaard Groningse inductieschema, nu weer met 3x adriamycine, weliswaar op wekelijkse basis.
  6. Consolidatie II: komt overeen met de oude consolidatiekuur waarin evenwel natief asparaginase vervangen wordt door 2x PEG –Asparaginase, tussenpauze 2 weken.
  7. Patiënten die in aanmerking komen voor alloSCT worden getransplanteerd na de intensiveringen.
  8. Patiënten met meningeale aantasting bij diagnose, en die niet in aanmerking komen voor SCT, kunnen in deze fase schedelbestraling 24 Cy ondergaan.
  9. Na de intensieve chemotherapie volgt een onderhoudsfase, die loopt tot twee jaar na diagnose. Zij bestaat uit dagelijks 6-mercaptopurine 75 mg/m2 en wekelijks methotrexate 25 mg/m2. De doseringen worden aangepast aan het leukocytengetal en de transaminasen. Het eerste jaar, van 4 weken na het begin van de onderhoudsbehandeling af, wordt de 6-mercaptipurine en MTX maandelijks gedurende één week onderbroken voor reïnductie met prednison en vincristine. De intensiveringen, die in het Groningse schema gegeven werden tijdens de maintenancetherapie, worden hier weggelaten.

Recidief ALL

Prognose van ALL die niet reageert op of recidiveert na intensieve remissie-inductie is zeer somber en hangt vooral af van de duur van de remissie, m.n. of de onderhoudsbehandeling wel of niet reeds beëindigd is.

PM. Anthracyclines kunnen probleem vormen t.g.v. snel bereiken van maximaal toegestane cumulatieve dosering. Meestal is er nog ruimte voor één anthracycline-bevattende kuur.

Literatuur


VERWANTE PAGINA'S:
- Acute leukemie: diagnostiek en algemene maatregelen van behandeling
- Behandeling van acute myeloïde leukemie (AML)
- Profylaxe en behandeling van meningeale leukemie en meningeaal lymfoom
- Protocol toedienen cytostatica via een Ommayareservoir


LINKS IN DEZE PAGINA:
- HOVON 100
- HOVON 70
- HOVON 71
- Profylaxe en behandeling van meningeale leukemie


TRIAL-INFO VOOR DEZE PAGINA:
CNS-profylaxe en -behandeling
   CNS profylaxe via Ommaya/LP bij ALL
   CNS therapie via Ommaya/LP bij lymfatische meningeale leukemie
   Consultformulier neurologie voor liquoronderzoek

HOVON 100
   Originele protocol
   Patiënteninformatie
   Overzichtsschema
   Prefase
   Consolidatie a en b
   Intensivering I
   Interfase
   Intensivering II
   Prefase en inductie
   Consolidatie I
   Inductie II
   Consolidatie II
   Maintenance
   Recept Clofarabine en Peg-aspraginase
   Artsenverklaring PEG asparaginase
   SAE-formulier

HOVON 70 (gesloten)
   Originele protocol
   ALL Maintenance
   ALL onderhoud
   Samenvatting/checklist

HOVON 71 (gesloten)
   Originele protocol
   Pre-inductie ALL
   Inductie 1 en 2 (OPA)
   Consolidatie (Ara C en asparaginase)
   Maintenance


Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer