Behandeling en preventie van infecties

Datum laatste herziening: 16-06-2010

Profylaxe en behandeling van infecties bij neutropenie

Antibiotische profylaxe, uitgangspunten

Interventietherapie bij koorts, algemeen

Selectieve darmdecontaminatie (SDD): uitvoering

Empirische behandeling van febriele neutropenie

Antischimmeltherapie

Richtlijnen voor de praktijk

Algoritme bij verdenking schimmelinfectie, m.n. pulmonaal

Indeling schimmelinfecties volgens de Pauw et al.

IL-8 risico-indeling voor poliklinische patiënt met koorts en neutropenie

Referenties

Verwante pagina's

Links in deze pagina

Profylaxe en behandeling van infecties bij neutropenie

Enkele uitgangspunten van de behandeling:

Antibiotische profylaxe, uitgangspunten

Selectieve darmdecontaminatie (SDD), primair gericht op de preventie van Gramnegatieve infecties en gisteninfecties, bij:

Aangepaste profylaxe, d.w.z. waarin de principes van de SDD niet integraal kunnen worden toegepast, bij:

Antivirale profylaxe voor:

Zie ook Infectiepreventie/vaccinatie bij splenectomie en hyposplenisme.

De verschillende behandelingsmodaliteiten en chemotherapieschema's met de daarbij passende SDD- of profylaxeschema’s zijn verwerkt in onderstaande tabel.

SDD- + profylaxeschema'sBacterieelViraalFungaalPCPOpmerkingen t.a.v. schema's
 Gram +Gram –HSV/VZVCMVCandidaIA  
Alle leukemiekuren++     +#   cave invasieve aspergillose; pre-emptieve benadering nastreven betekent geen primaire profylaxe!
(V)SAA met ATG+++   +#+minimaal doorzetten ttv. prednison e/o granulo's <1.0, evt. Zelitrex toevoegen 2dd250mg
MDS met granulopenie++(+)   +#   als profylaxe overwegen, zeker als onderhoud na koortsperiode
MDS zonder diepe granulopenie(+)(+)(+)   (+)     profylaxe ter overweging gezien dysfunctionele granulo's, zeker bij slijmvliesstoornissen
Cyclofosfamide mobilisatiekuur   +     +     doorzetten tot herstel granulopenie; geen gram+ profylaxe gezien weinig tot geen mucositis
ASCT+++   +     tot herstel granulopenie of langer bij mucositis, daarna nog 3 mnd Zelitrex 2dd250mg
Allogene SCT+++#+#+bacteriële en anti-gist profylaxe ttv. granulopenie; myelo-ablatief: wekelijks X-thorax en GM als pre-emptieve benadering IA
Allogene SCT+ steroiden+++#   ++Upfront profylaxe IA met voriconazol 2dd200mg (± 1uur voor of na maaltijd) of posaconazol 3dd200mg (ttv maaltijd zonder maagzuurremmers) wekelijks X-thorax en GM afname in dit kader, (eenmalig spiegelbepaling), CMV-PCR en EBV-PCR monitoring
Alemtuzumab     +#(+)#+continu t/m 3 mnd na laatste gift, PM: CMV-PCR monitoring; indien reactivatie: switch naar valganciclovir 2dd900mg
Alemtuzumab+CHOP14(+)(+)+++#+valganciclovir upfront 1dd900mg als profylaxe vervangt Zelitrex, EBV-PCR monitoring na einde therapie gedurende 3-6 mnd
R-CHOP14(+)(+)+   (+)#+continu; vlgs. Ho-84 tot 4 weken na laatste behandeling
ofatumumab-CHOP14+++   (+)#+Ho-98; continu t/m 4 wk na laatste gift
R-DHAP / R-VIM++     +     tot herstel granulopenie
MBVP(+)(+)     (+)     aanbevolen, zeker bij gelijktijdig DXM gebruik
BMR+++   +     continu t/m 4 wk na laatste gift
2-CDA / Pentostatine(+)(+)+   +#+continu tot CD4>200, antibacteriële dekking bij granulopenie
FC, RFC of (R)FCM(+)(+)+   (+)#+continu t/m 3 maanden na stoppen fludara; bij recidiverende/langdurige neutropenie ook antibacteriele en antigist dekking
FCA(+)(+)+#+#+continu t/m 3 mnd na laatste gift, PM: CMV-monitoring; indien reactivatie: switch naar valganciclovir 2dd900mg
BDR(+)(+)+   +#   continu t/m 4 wk na laatste gift
Bortezomib     +         continu t/m 4 wk na laatste gift
Bortezomib+DXM(+)(+)+   +#   continu t/m 4 wk na laatste gift
Bortezomib+lenalidomide + DXM(+)(+)+   +#   voorschrift Ho-86 protocol, anders secundaire profylaxe aanbevolen, primaire profylaxe bij granulopenie
REMM-studie+++   +#   continu t/m 4 wk na laatste gift
PAD+++   (+)     tot herstel granulopenie
VAD en TAD++     (+)     tot herstel granulopenie
mini-BEAM++     +     tot herstel granulopenie
Uitleg symbolen: 
+SDD/profylaxe geven
(+)SDD/profylaxe (bij granulopenie, evt. secundaire profylaxe) te overwegen
#pre-emptieve benadering; eventuele pre-emptieve behandeling bij positieve argumenten
Uitleg afkortingen: 
HSV = Herpes Simplex Virus
VZV =Varicella Zoster Virus
CMV = Cytomegalo Virus
IA = Invasieve Aspergillose
PCP = Pneumocystis Jiroveci
(V)SAA =(Very) Severe Aplastic Anemia
ASCT = Autologe Stamceltransplantatie
DXM = Dexamethason
GM =Galactomannan; bestanddeel van de aspergillus celwand
BMR =Bendamustine+Mitoxantrone+Rituximab (refract. Laaggradig NHL - MCL)
FCA =Fludara+Cyclo+Alemtuzumab
BDR =Bortezomib+DXM+Rituximab (M Waldenstrom)
REMM =Bortezomib+Endoxan+DXM

Interventietherapie bij koorts, algemeen

Selectieve darmdecontaminatie (SDD): uitvoering

Starten bij opname.

Inventarisatiekweken:

Antibacteriële middelen (opties)Antischimmelmiddelen (opties)
Tegen Gramnegatieven (GN)Tegen gisten en (deels) schimmels
Eerste keuze, m.n.intensieve AML-behandeling:
Co-trimoxazol1,2 3x dd 960 mg
+ colistine1 4x dd 200 mg
Eerste keuze bij intensieve chemotherapie5:
Fungizone suspensie 4x dd 5 ml (= 500 mg)
of fungizone tab 4x500 mg + fungiline 4x10 mg dd
Alternatieven:
  • Ciprofloxacin 2x dd 500 mg
  • Tobramycine 4 x dd 100 mg (per os!)
Alternatieven bij slechte tolerantie/compliance5:
  • Nystatine suspensie 3x dd 15 ml
  • Fluconazol 150 mg (caps) 1x dd
  Secundaire profylaxe bij doorgemaakte aspergillose of
specifiek tegen filamenteuze schimmels gerichte profylaxe5:
  • Voriconazol 2x dd 200 mg (caps) 1 h na maaltijd
  • GVHD: posaconazol 3x dd 200 mg (5 ml) met voeding, geen zuurremmers
Tegen Grampositieven (GP) 
Penicilline G 4x dd 1.000.000 E IV3 ged. 2 weken aansluitend op intensieve chemotherapie (= periode van mucositis)  
Amoxycilline 3 x dd 500 mg po3,4  
Indien orale behandeling niet mogelijk is 
Co-Trimoxazol IV 2-3x dd 960 mg IV  
Ciprofloxacin IV 2x dd 200 mg + penicilline G 4x dd 1.000.000 E IV  
1. SDD tarten met de combinatie co-trimoxazol en colistine wegens de trage werking en kans op resistentie van co-trimoxazol bij monotherapie; na negatief worden van de surveillancekweken één middel staken, afhankelijk van de gevoeligheid van de oorspronkelijke flora; co-trimoxazol heeft het voordeel van een systemisch effect (maar ook sytemische bijwerkingen, o.a. rash); colistine veroorzaakt soms ernstige GI klachten.
2. Na negatief worden van de surveillancekweken, dosering reduceren evt. tot 2x dd 960 mg.
3. Bij systemische antibiotische interventie t.g.v koorts wordt dit gestaakt.
4. Ter vervanging van penicilline G bij patiënten die geen infuus nodig hebben.
5. Antischimmelprofylaxe: fungizone oraal heeft (nog steeds) de voorkeur omdat het de breedste werking heeft tegen gisten en omdat het niet interfereert met andere medicamenten, daar het niet geresorbeerd wordt. Dit vraagt soms enige overredingskracht. Bij intolerantie kan nystatine om dezelfde redenen gegeven worden. Van de azolen wordt fluconazol het best verdragen maar het heeft ook het smalste spectrum (vnl C. albicans); waarschijnlijk is het veelvuldig profylactisch gebruik van fluconazol verantwoordelijk voor de toename van non-albicanssoorten. Voriconazol en posaconazol hebben activiteit tegen meer gistsoorten en tegen filamenteuze schimmels. Deze middelen verdringen itraconazol wegens breder spectrum en betere tolerantie.

PM. Profylaxe PCP:
  • Co-trimoxazol 2x p.wk. (vb op zaterdag en zondag) 2x dd 960 mg;
  • bij allergie/intolerantie: 1x p.mnd pentamidine inhalatie 300 mg (afspraak functiecentrum longziekten/allergologie)

Empirische behandeling van febriele neutropenie

  1. Bij allergie voor penicillinederivaten: ceftazidime (Fortum®) 3x 2 gr dd IV.
  2. Bij (ernstige verdenking op) infectie met Pseudomonas aeruginosa: combinatietherapie, d.w.z. Tazocin combineren met tobramycine 3-4 mg/kg dd (= 240-320 mg in één gift), aanpassing aan spiegels, of ciprofloxacin 2x dd 750 mg IV.
  3. Alternatief voor Tazocin: meropenem (Meronem) 3x 2 gr dd IV.
  4. Patiënt waarbij tijdens piperacilline/tazobactam gebruik een indicatie optreedt voor Teicoplanin: 7-daagse kuur piperacilline/tazobactam afmaken (mogelijkheid van menginfectie); onafhankelijk hiervan teicoplanin geven volgens 5).
  5. Bij infectie van katheters met dubbel lumen infusie van antibiotica over wisselende lumina.
  6. Bij infectie met Gramnegatieven, S aureus of candida: zo mogelijk lijn verwijderen.
  7. Duur van teicoplaninbehandeling bij geïnfecteerde lijn of trombus hangt af van omstandigheden en moet soms doorgezet worden voor de duur van de aplasie. Bij persisterende koorts moet evenwel regelmatig (een eerste keer na 7 dagen) worden geëvalueerd in hoeverre er nog steeds sprake is van infectie en of de teicoplanin niet kan worden gestaakt.
  8. Bij abdominale infectie of infectie van de mondbodem: overweeg metronidazol (Flagyl) 3x 500 mg dd IV.
  9. Pneumocystis jiroveci (carinii):
    Co-trimoxazol 90-120 mg/kg/d, verdeeld over 3 giften, x 14; i.v.m. vochtbelasting evt. deels IV, deels oraal
    + prednison 1 mg/kg/d x 10, daarna taperen.
    Alternatieven bij intolerantie voor of geen respons op co-trimoxazol:
  10. Antischimmeltherapie: in principe wordt snel gestart met antischimmeltherapie, i.e. na 4-5 dagen koorts, of eerder, als er pulmonale afwijkingen gezien worden bij beeldvormend onderzoek.

Antischimmeltherapie

MedicamentIndicatieDoseringVoorzorgen/opmerkingen
Amfotericine B     Obsoleet geworden.
Abelcet
Ambisome
Infectie met filamenteuze schimmel ('moulds') en gisten ('yeasts'), samen ('fungi')3-5 mg/kg/d in 1 uur via perifeer of centraal infuusLipide-suspensies minder toxisch, m.n. voor nieren, maar niet echt effectiever.
  • Bij koorts/ koude rillingen: pethidine 25 mg in infuus.
  • Controleer en suppleer K+
  • Minder of niet gevoelig: C lusitaniae, C guilliermondii, Asp terreus, fusarium spp, scedosoprium spp
Nadeel vooral van Ambisome is de prijs.
5-flucytosine
(5FC, Ancotil)
Niet als monotherapie maar synergisme met andere middelen, m.n. tegen gisten, mogelijk tegen filamenteuze schimmels150(-200) mg/kg in 4 giften; om volume te reduceren 50% van de dosis oraal; overdosering geeft beenmergsuppressieWordt nog slechts zelden toegepast.
Fluconazol
(Diflucan)
  • Bewezen systemische infectie met fluconazol-gevoelige gistsoort
  • Mucositis waardoor orale profylaxe met fungizone niet mogelijk is (m.n. bij C. albicans in surveillancekweken)
  • Intolerantie voor fungizone; let op induceren resistentie bij profylaxe met fluconazol
(Minimaal) 400 mg/d in 1 of 2 giften (vaak hoger doseren, soms (kortdurend) tot 1600 mg/d); bij orgaanaantasting (lever, long, skelet, oog, ...) is min. 6 weken behandeling nodig. Gemakkelijk hanteerbaar anti-gistenmiddel, m.n. bij C albicans en C parapsilosis; zowel p.o. als iv; resistentievorming wordt een probleem; C. kruzei en glabrata zijn van nature resistent; interacties met andere geneesmiddelen kunnen optreden maar zijn in het algemeen minder ernstig dan bij andere azolen; mogelijk meer specifiek voor fluconazol zijn orale antidiabetica waarvan de werking versterkt wordt; levertoxiciteit is mogelijk.
Voriconazol
(Vfend)
Azole met breed spectrum, w.o. enig effect tegen Fusarium en Scedosporium;
  • dankzij goede wetenschappelijke onderbouwing thans 1ste keuze bij schimmelinfecties;
  • profylaxe, m.n. secundair bij neutropene patiënten die eerder een schimmelinfectie doormaakten
2x 6 mg/kg dag 1 IV
2x 4 mg/kg dag IV volgende 5-7 dagen, daarna zo mogelijk p.o.
Beïnvloedt farmacokinetiek van andere medicamenten door interferentie met het cytochroom oxidase P450 in de lever; belangrijk in dit opzicht zijn o.a. ciclosporine, rifampicine, digoxine, vincristine, orale anticoagulantia, anti-HIV proteaseremmers; midazolam (Dormicum) en HMG-CoA-reductase-remmers mogen zelfs niet gelijktijdig gebruikt worden;
iets duurder; IV cyclodextrine kan stapelen bij gestoorde nierfunctie; zygomyceten zijn resistent.
Posaconazol
(Noxafil)
Azole met ook enige activiteit tegen zygomyceten en fusaria;
  • profylaxe, m.n. secundair bij neutropene patiënten die eerder een schimmelinfectie doormaakten;
  • profylaxe bij GVHD
Profylaxe: 3x dd 200 mg (5 ml)
Therapie: 2x dd 400 mg (10 ml) tijdens maaltijd (geen zuurremmers !), ook toegestaan 4x 200 mg
Alleen als orale suspensie; minder druginteracties; studies vooral voor profylactisch gebruik.
[Itraconazol
(Trisporal)]
  Dag 1-4: 3 dd 200 mg p.o.;
daarna 2 dd 200 mg
Door komst van nieuwere en betere azolen minder gebruikt.
Caspofungin
(Candidas)
Gisten- en schimmelinfecties.
Lijkt zeer geschikt voor combinatietherapie maar nog geen klinische studies.
70 mg IV dag 1
daarna 50 mg dd IV;
gewicht >80 kg; doorgaan 70 mg dd;
leverfunctiestoornissen: van 2-de dag af 35 mg
Behoort tot chemische groep der echinocandines;
weinig interacties maar wel met ciclosporine; prijzig; alleen IV.
Anidulafungin
(Ecalta)
Nieuwer echinocandine met (nog) minder interacties200 mg IV dag 1
daarna 100 mg dd IV
Alleen IV

Richtlijnen voor de praktijk

De belangrijkste bovengenoemde systemische antischimmelmedicijnen kunnen ingedeeld worden in drie klassen: polyenen, waartoe amphoterine en zijn lipideformuleringen behoren, (tri-)azolen en echinocandines, m.n. caspofungin en anidulafungin. De keuze voor behandeling is afhankelijk van:

Vaak is het moeilijk een IFI te bewijzen en wordt gestart met antischimmeltherapie op empirische gronden, nl persisterende koorts ondanks breed-spectrum antibacteriële middelen. In principe moet de beslissing tot wel of niet starten van antischimmeltherapie tegenwoordig gebaseerd worden op hardere criteria, nl HR-CT en galactomannantest, d.w.z. 'pre-emptieve' behandeling (zie algoritme).

Gezien het (potentiële) gevaar van een schimmelinfectie bij de neutropene patiënt wordt in principe gestart met IV oplading om snel een therapeutische spiegel te bereiken en zeker te zijn van optimale penetratie in de infectiehaard. Na enkele dagen wordt, indien mogelijk, overgestapt op orale behandeling, mede om de kosten te drukken.

Waar mogelijk, wordt de patiënt geïncludeerd in de ZonMW-studie naar de waarde van spiegelmetingen van voriconazol bij de behandeling van IFI's.

  1. Indien geen profylaxe, oraal fungizone (niet geresorbeerd) of fluconazol (beperkt spectrum)
    en
  2. Indien profylaxe met andere azolen (itraconazol, voriconazol, posaconazol)
    en PM. als verwekker toch gevoelig blijkt voor azolen, in tweede instantie alsnog (oraal) azole.
  3. Indien IV profylaxe met lage dosis amphotericine B ('ampho light')
    Als onder A. en B.; lage dosis AmphoB lijkt niet te leiden tot resistentievorming, therapeutische dosering amphoB blijft mogelijk
  4. Aanpassingen bij isoleren van verwekker, onvoldoende effect of intolerantie

Algoritme bij verdenking schimmelinfectie, m.n. pulmonaal

Indeling schimmelinfecties volgens de Pauw et al.

(Clin Infect Dis 2008; 46: 1813-21.)

Criteria voor bewezen invasieve schimmelinfectie

Criteria voor bewezen (proven) invasieve schimmelinfectie (met uitzondering van endemische mycoses):*

Schimmels (= molds)Gisten (= yeasts)
Microscopie op steriel materiaalHistopathologisch, cytopathologisch of direct microscopisch onderzoek van materiaal, verkregen door naaldaspiraat of biopsie, met daarin hyphen of melanine-bevattende gistachtige vormen, met tekenen van weefselschadeHistopathologisch, cytopathologisch of direct microscopisch onderzoek van materiaal, verkregen door naaldaspiraat of biopsie van een normaal steriele plaats (echter geen mucosae) met daarin gistcellen, vb Cryptococcus species o.b.v. ingekapselde knopvorming of Candida species o.b.v. pseudohyphen of echte hyphen
Kweek van steriel materiaalIsolatie van een schimmel of een 'zwarte gist' uit kweek van op steriele wijze verkregen materiaal van een normaal steriele maar nu klinisch of radiologisch afwijkende plaats, wijzend op infectie, uitgezonderd BAL-vloeistof, sinusholte en urineIsolatie van een gist uit kweek van een monster, op steriele wijze (inclusief van een vers geplaatste [<24 h] drain) verkregen uit een normaal steriele plaats, met nu klinisch of radiologische afwijkingen passend bij een infectieus proces
BloedBloedkweek levert schimmels op (vb Fusarium species) in de context van een klinische verdenking van schimmelinfectieBloedkweek levert gisten op (vb Cryptococcus of Candida species) of gistachtige schimmels (vb Trichosporon species)
Serologisch analyse van CSFNiet van toepassingCryptococcusantigeen in CSF betekent gedissemineerde cryptococcusinfectie

* Er is een aparte indeling voor endemische mycoses, die echter in onze contreien nauwelijks voorkomen.

Criteria voor waarschijnlijke invasieve schimmelinfectie

Criteria voor waarschijnlijke (probable) invasieve schimmelinfectie (met uitzondering van endemische mycoses):*

Factoren bij de gastheer:

Klinische criteria:

Mycologische criteria:

* Er is een aparte indeling voor endemische mycoses, die echter in onze contreien nauwelijks voorkomen.

IL-8 risico-indeling voor poliklinische patiënt met koorts en neutropenie

Behandelingsprotocol

Standaard IV antibiotica: Tazocin 3 dd 4,5 gram iv
Orale antibiotica: Augmentin 3 dd 625 mg + 2 dd 500 mg ciprofloxacin

Referenties


VERWANTE PAGINA'S:
- Infectiepreventie/vaccinatie bij splenectomie en hyposplenisme


LINKS IN DEZE PAGINA:
- Infectiepreventie/vaccinatie bij splenectomie en hyposplenisme

Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer