Datum laatste herziening: 21-07-2006
NB: naast hormonale substitutie ook adviezen over leefregels, gebruik van calcium in de voeding en vit. D (zonlichtexpositie) geven.
Veel patiënten verliezen als gevolg van de behandeling van hematologische maligniteiten hun ovariële functie. Hierdoor kunnen zowel fertiliteit als overige ovarieel bepaalde functies gestoord worden. Niet altijd is duidelijk of de ovariële functie daadwerkelijk volledig en definitief is weggevallen.
Patiënten met kinderwens of andere vragen over fertiliteit worden doorverwezen naar de afdeling Gynaecologie. Bij patiënten zonder kinderwens met een evidente ovariële disfunctie is er indicatie tot suppletie van oestrogenen tot de leeftijd van tenminste 46 jaar en zogewenst tot de leeftijd 50 jaar. Bij patiënten zonder kinderwens bij wie twijfel bestaat over de ovariële functie is er indicatie voor zowel suppletie als adequate anticonceptie.
Bij kinderwens of andere vragen over fertiliteit worden patiënten doorverwezen naar polikliniek Voortplantingsgeneeskunde t.a.v. dr. A. Hoek.
Suppletie door middel van een gecombineerd oraal anticonceptivum komt alleen in aanmerking als er ook indicatie is voor anticonceptie (zie hieronder). In andere gevallen bestaat er keuze mogelijkheid tussen:
Suppletie wordt in principe gestopt na het vijftigste levensjaar, in overeenstemming met de gemiddelde leeftijd van menopauze bij Nederlandse vrouwen ( 51.4 jaar), tenzij er sociaal invaliderende klachten worden ervaren. Langer continueren brengt een verhoogd risico op mammacarcinoom met zich mee, zonder dat dit voldoende gecompenseerd wordt door bijvoorbeeld afname van osteoporose.
Bij patiënten bij wie er twijfel is over de ovariële functie en die geen kinderwens hebben, kan anticonceptie en suppletie gecombineerd worden in de vorm van een oraal anticonceptivum (OAC). Hierbij moet rekening gehouden worden met de gebruikelijke (relatieve) contra-indicaties voor OAC, waaronder leeftijd boven de 40 jaar, leeftijd boven de 35 jaar in combinatie met roken, of bij een verhoogd risico op arterieel en veneus vaatlijden anderszins (status na radiotherapie op het mediastinum).
3. Eerste keuze is een éénfase, tweede generatie sub-50 OAC. Voorbeeld van een geschikt preparaat is Microgynon® 30 [ref NHG standaard].
4. Als er contra-indicaties zijn voor OAC (en niet voor hormonale suppletie therapie) of als patiënten voorkeur hebben voor een andere vorm van anticonceptie, kan hormonale suppletie therapie in de vorm van oestrogenen-monotherapie gecombineerd worden met een andere betrouwbare vorm van anticonceptie. Voorbeelden zijn:
5. Indien gekozen wordt voor condooms of een koperhoudend IUD dient men een gecombineerd suppletie preparaat (zie 2) voor te schrijven.
Patiënten kunnen voor verdere informatie en voorschrijven/plaatsing van deze anticonceptiva worden verwezen naar hun huisarts of gynecoloog.
VERWANTE PAGINA'S:
- Late complicaties ten gevolge van therapie Hodgkin of Non-Hodgkin lymfoom
© UMCG | Disclaimer