Chronische myeloide leukemie (CML)

Datum laatste herziening: 13-09-2010

Definitie

Diagnose

Onderzoek

Respons-definities

Behandeling

Algemeen

Specifiek

Chronische myeloide leukemie blastencrise

Definitie acceleratie (WHO-criteria)

Definitie blastencrise (WHO-criteria)

Onderzoek

Behandeling

Literatuur

Verwante pagina's

Links in deze pagina

Trial-info

Labaanvraagformulieren

Definitie

Myeloproliferatieve aandoening die ontstaat uit abnormale pluripotente beenmergstamcel en consequent geassocieerd is met het Philadelphia-chromosoom en/of BCR/ABL-fusiegen. Het ziektebeloop is bi- of trifasisch, zich initieel meestal presenterend met een indolente chronische fase, gevolgd door een geaccelereerde fase of blastencrise. Zonder deze cytogenetische afwijking is er geen sprake van CML.

Diagnose

Onderzoek

De Sokal risicoscore geeft informatie over de te verwachten respons. Aanvankelijk is deze score ontwikkeld voor de respons op chemotherapie, maar deze blijkt ook bruikbaar voor de respons op interferon-a (+ Ara-C), en inmiddels ook voor Imatinib-therapie. De score is gebaseerd op de leeftijd in jaren, percentage blasten in perifeer bloed, trombocytengetal en miltgrootte in cm palpabel onder de linker ribbenboog. Zie onderstaande berekening en de bijbehorende tabel, of gebruik de interactieve berekening.

Berekening Sokal score:

EXP {0,0116 * (Leeftijd - 43,4)) + 0,0345 * (Miltgrootte in cm onder de ribbenboog - 7,51) + 0,188 * [(trombo/700)2 - 0,563] + 0,0887 * (% blasten in PB - 2,1)}

Sokal score3-jr overleving IFN+Ara-C
(Roy et al.)
3-jr overleving Imatinib Kans op bereiken complete cytogenetische respons na 12 mnd Imatinib-therapie
Low risk (<0.8)889678
Intermediate risk (0.8-1.2)859268
High risk (>1.2)688951

De Euro-Hasford risicoscore is te berekenen door de volgende variabelen: leeftijd, miltgrootte (in cm onde rbbg), trombocytengetal, bloed-blastenpercentage, bloed-basofielenpercentage en bloed-eosinofielenpercentage in te voeren op www.leukemia-net.org/content/leukemias/cml/cml_sco[...] .

Respons-definities

Behandeling

Algemeen

Specifiek

Trialverband

Voor alle nieuwe patiënten met een CML gaat de voorkeur uit naar behandeling in studieverband.

Buiten trialverband

  1. Imatinib, startdosis 400 mg.
  2. Allogene stamceltransplantatie overwegen bij presentatie CML in acceleratie of blastcrisis.
  3. Voor de zeldzame patiënt voor wie kinaseblokkers (eerste/tweede generatie) niet geschikt zijn: Interferon-alfa in combinatie met hydroxyureum of Ara-C
  4. Chemotherapie alleen

Er kan meteen met Imatinib gestart worden. Indien inductie met hydroxyureum wordt overwogen, volg dan de onderstaande richtlijnen.

Dosering inductiebehandeling hydroxyureumx
Aanvangsdosis4 gram per dag (2-3 doses), dit komt overeen met ± 50 mg/kg/dag
Controlefrequentie2x/week
Dosisaanpassinghalveren van dosis bij halvering aantal leukocyten
x = altijd 2 of meer doses over de dag (globaal schema, naar eigen inzicht aanpassen)
Ad 1: Tyrosine kinase-blokkers Imatinib, Dasatinib en Nilotinib

Imatinib (Glivec) remt de tyrosine-kinase-activiteit welke geassocieerd is met de BCR-ABL translocatie. Het middel wordt oraal toegediend en heeft (vergeleken met de vroegere standaardbehandeling interferon-alfa) betrekkelijk weinig bijwerkingen. De belangrijkste bijwerkingen tot nu toe zijn misselijkheid, spierkrampen, peri-orbitaal oedeem, perifeer en soms ernstig gegeneraliseerd oedeem (gewichtscontrole zinvol), hoofdpijn, vermoeidheid, gewrichtsklachten, rash, leverfunctiestoornissen, hypofosfatemie met bijkomend hoog PTH en laag osteocalcine. Rash kan behandeld worden met corticosteroidcrème. Circa 20-30% ontwikkelt graad 3-4 neutropenie; een minderheid (<20%) krijgt graad 3-4 trombocytopenie. Een milde anemie, welke reageert op erytropoetine treedt bij de meerderheid op.
Imatinib gaat met veel middelen een interactie aan, zie Interacties.

Dosering Imatinib en monitoren respons
Start met 1 maal per dag 400 mg (100 of 400 mg omhulde tabletten) tijdens de maaltijd. Het eerste jaar wordt het bloedbeeld intensief gecontroleerd, daarna kan het minder, zie tabel Richtlijn therapie en acties aan de hand van respons-metingen voor verder monitoringsbeleid. Beenmerg cytogenetica vanaf de start 3-maandelijks tot een complete cytogenetische respons is bereikt. Tijdens latere follow-up (blijvend) de volgende intervallen in acht nemen (Hughes et al., Blood 2006):

  1. Klassieke cytogenetica moet verricht worden tot het bereiken van een complete cytogenetische respons, die bij voorkeur éénmaal bevestigd wordt. Nadien verrichten bij tekenen van progressie of onbegrepen cytopenie. NB: de betekenis van eventuele additionele chromosomale afwijkingen in de Ph-negatieve cloon, zoals +8, -7q en -Y (nog) is nog niet bekend en vormt waarschijnlijk geen voorbode van progressie richting MDS of AML Goldman, Blood 2007).
  2. Driemaandelijks monitoren op moleculaire respons (bloed). Bij bereiken van een major moleculaire respons kan worden volstaan met monitoren eens per 4 maanden.
  3. Telkenmale bepalen of beleid gecontinueerd kan worden (zelfde dosis Imatinib aanhouden), of beleid gewijzigd moet worden, waarbij meerdere opties mogelijk zijn (volgorde staat niet vast):
    1. Imatinib ophogen tot maximaal 800 mg dd, m.n. bij overexpressie van BCR-ABL (reduplicatie van het gen) of bij te lage bloedspiegel imatinib (zie verder).
    2. Tweede generatie tyrosine-kinase starten: Dasatinib (Sprycel) 1 x 100, bij onvoldoende respons eventueel ophogen tot 2 x 70 mg, of Nilotinib (Tasigna), 2 x 400 mg (= 2 capsules) 2 h na een maaltijd. De meeste mutaties die het BCR-ABL-gen ongevoelig maken voor imatinib, zijn wel gevoelig voor dasatinib en nilotinib.
    3. Allo-SCT traject in gang zetten.

Hieronder een aantal punten/richtlijnen (zie tabel Richtlijn therapie en acties aan de hand van respons-metingen):

Richtlijn therapie en acties aan de hand van respons-metingen Guidelines HOVON Leukemie Werkgroep

EvaluatiemomentUitkomstActie
3 maandencomplete hematologische respons + ten minste minor cytogenetische respons (%Ph+ ≤65)imatinib 400 mg iter
  geen minor cytog. respons (%Ph+ >95%)
  • check compliance, spiegelbepaling, mutatieanalyse
  • afh. hiervan: evt imatinib naar 800 mg of 2e lijns TKI
  • evt alloSCT bij T3151 mutatie
  geen complete hematologische respons
  • check compliance, spiegelbepaling, mutatieanalyse
  • afh. hiervan: 2e lijns TKI
  • alloSCT bij T3151 mutatie
6 maandenpartiële cytogenetische respons (Ph+ ≤35%) imatinib 400 mg iter
  geen partiële cytogenetische respons (Ph+ ≥35%)
  • check compliance, spiegelbepaling, mutatieanalyse
  • afh. hiervan: evt imatinib naar 800 mg of 2e lijns TKI
  • evt alloSCT bij T3151 mutatie
  geen enkele cytogenetische respons (Ph+ ≥95%)
  • check compliance, spiegelbepaling, mutatieanalyse
  • afh. hiervan: 2e lijns TKI
  • alloSCT bij T3151 mutatie
12 maandencomplete cytogenetische responsmedicatie iter
  partiële cytogenetische respons (Ph+ ≤35%)
  • check compliance, spiegelbepaling, mutatieanalyse
  • afh. hiervan: evt imatinib naar 800 mg of 2e lijns TKI
  • evt alloSCT bij T3151 mutatie
  minder dan partiële cytogenetische respons (Ph+ ≥35%)
  • check compliance, spiegelbepaling, mutatieanalyse
  • afh. hiervan: 2e lijns TKI
  • alloSCT bij T3151 mutatie
18 maanden major moleculaire responsmedicatie iter
  geen major moleculaire respons
  • check compliance, spiegelbepaling, mutatieanalyse
  • afh. hiervan: evt imatinib naar 800 mg of 2e lijns TKI
  • evt alloSCT bij T3151 mutatie
  geen complete cytogenetische respons
  • check compliance, spiegelbepaling, mutatieanalyse
  • afh. hiervan: 2e lijns TKI
  • alloSCT bij T3151 mutatie
Verdere follow-up: streef naar major moleculaire respons (BCR-ABL1<10-3)blijvende complete cytogenetische respons/major moleculaire responsmedicatie iter
  verlies complete cytogenetische respons of stijging BCR/ABL1 >10-3
  • check compliance, spiegelbepaling, mutatieanalyse
  • afh. hiervan: evt imatinib naar 800 mg of 2e lijns TKI
  • evt alloSCT bij T3151 mutatie

Dosisaanpassing Imatinib bij cytopenie

Interacties
Imatinib werkt via cytochroom P450, daarom zijn dosisaanpassingen nodig bij gebruik van een reeks van belangrijke middelen.

Beleid bij onvoldoende respons of verlies van respons op Imatinib
Mogelijke oorzaken zijn optreden of uitselecteren van imatinib-ongevoelige mutaties in het BCR-ABL-gen of te lage bloedspiegels van imatinib, o.a. wegens interacties (zie vorige item).

Mutatie-analyse bij verlies van de respons op Imatinib
Het is raadzaam om bij verlies van respons te analyseren of, en zo ja welke mutaties zijn opgetreden. Bij vrijwel alle mutaties is het zinvol om over te gaan naar een tweede generatie kinase blokker. Alleen bij de T315I mutatie heeft dit geen zin en dient allo-SCT overwogen te worden. In sommige andere gevallen (zie hiervoor de literatuur) is het voldoende om de imatinib dosering op te hogen.

Dasatinib (Sprycel), tabletten van 20, 50 en 70 mg
Sinds april 2007 geregistreerd voor imatinib-resistente of intolerante CML. Geadviseerde dosis 1 x 100 per dag. Bij ontbrekende respons, waaronder niet responderende blastencrise, mag de dosering omhoog tot maximaal 2 x 100 mg. Omdat de ervaring met dasatinib korter dan met imatinib is, en de therapieduur tot nu toe nog niet erg lang is geweest, is de kennis van bijwerkingen nog incompleet. Hematologische bijwerkingen zijn frequent en meer uitgesproken dan bij imatinib 800 mg, vooral bij acceleratie en blastencrise. Verdere veelvoorkomende bijwerkingen zijn diarree (34% waarvan ernstig: 4%), vochtretentie (20-25%, ernstig bij circa 7% van de patiënten), waaronder pleurale effusie, ascites, longoedeem en pericardiaal oedeem, al of niet in combinatie met perifere oedemen. Pleuravocht wordt minder gezien bij een eenmaal daagse dan bij een tweemaal daagse inname. Sterke stijging transaminasen bij 5% (chronische fase) tot iets meer dan 10% (blastenfase). Voorbijgaande hypocalciëmie is zeer frequent (>50%).

Nilotinib (Tasigna), capsules van 200 mg
Opvolger van imatinib met activiteit tegen imatinib-ongevoelige mutaties. Zoals imatinib is de kinase-activiteit beperkt is tot BCR-ABL, PDGF en c-kit, i.t.t. dasatinib dat ook actief is tegen de src-familie. Of dit verschil klinisch relevant is, is echter niet duidelijk. Dosis is 2 x dd 400 mg (2 capsules), om de 12 uur. Nilotinib moet nuchter genomen worden, 2 uur na een maaltijd en één uur voor de volgende voedselinname. De meest voorkomende bijwerkingen zijn huiduitslag en jeuk, misselijkheid en diarree.

Meting bloedspiegel Imatinib
Behalve door een mutatie in het BCR-ABL-gen kan er ook sprake zijn van inadequate serumspiegels van imatinib als een patiënt niet volgens verwachting reageert op de behandeling. Novartis biedt de mogelijkheid imatinib in het bloed te bepalen in het zgn. Eutosprogramma. Voor Nederland gebeurt dit in het VU-Ziekenhuis o.l.v. Dr. Wilhelm en Prof. Dr. Ossenkoppele. Zie voor nadere informatie en formulieren:

Indicaties spiegelmetingen:

  1. te trage of onvoldoende responsen, zie Tabel richtlijnen;
  2. verdenking op slechte compliance van de patiënt;
  3. onverwachte bijwerkingen;
  4. gebruik van co-medicatie die de imatinibspiegel kan beïnvloeden (zie Interacties).

PM: Omgekeerd kan imatinib de spiegels van genoemde medikamenten beïnvloeden.

Ad 2: Allogene stamceltransplantatie

Sinds de tyrosine kinase blokkers is allo-SCT voor de meesten niet meer de eerste keus. Heroverweeg allo-SCT als de patiënt zich presenteert in acceleratie of blastencrise, de respons op imatinib initieel onvoldoende is, en als er tijdens de therapie de T3151-mutatie ontstaat, óf wanneer er ernstige bijwerkingen zijn, óf tekenen van resistentie voor imatinib zijn en (eventueel) nieuwere tyrosine-kinaseremmers evenmin effectief zijn. Vooral bij patiënten met een high risk Sokal score dient men alert te blijven, aangezien slechts de helft op 1 jaar een complete cytogenetische respons zal bereiken (zie tabel Sokal score).

Voor de patiënten die een myelo-ablatieve conditionering zouden ondergaan kan er een risicoschatting betreffende de allogene stamceltransplantatie gemaakt worden aan de hand van de Gratwohl-index, welke overigens is gebaseerd op een cohort patiënten dat grotendeels een niet-T-cel gedepleteerd transplantaat heeft ontvangen na klassieke conditionering en niet behandeld is met Imatinib. Desalniettemin zij de resultaten vrijwel identiek binnen het cohort van de IBMTR (Baccarani et al, Blood 2006):

Ziektefase:chronisch = 0; acceleratie = 1; blastencrise = 2
Leeftijd:< 20 jaar = 0; 20-40 jaar = 1; > 40 jaar = 2
Geslacht donor en patiënt:andere combinaties = 0; donor vrouw, pat. man = 1
HLA combinatie:identieke sib = 0; MUD = 1
Interval diagnose/transplant:< 1 jaar = 0; > 1 jaar = 1

Relatie risicoscores en overleving na allogene beenmergtransplantatie bij 3142 patiënten met CML

Gratwohl-index5-year leukemia-free survival (%)5-year overall survival (%)Transplant-related mortality
0607220
1607023
2476231
3374846
4354051
5191871
6-7162273
Ad 3: Alfa-interferon al dan niet met extra Hydroxyureum

Alfa-interferon en chemotherapie, met name busulfan, zijn inmiddels derde- dan wel vierdelijns therapiemodaliteiten geworden voor CML.

Inductie en stabilisatie met Hydroxyureum tot leukocyten <5x109/l. Nadien alfa-interferon 2a of 2b s.c. Beginnen met lage dosis (1.5 miljoen U, per 1-2 dagen op te hogen tot streefdosis van 3 miljoen U per dag gedurende 5 dagen per week, hetgeen even effectief is gebleken als veel hogere doses (Kluin-Nelemans). Een alternatief is wekelijks toe te dienen pegylated interferon; streef naar een weekdosis van 1-1.5 microgram/kg. PegIntron A is beschikbaar als spuiten van 50, 80, 100 en 120 microgram. Streef naar leukocyten tussen de 2-4x109/l; geef zonodig lage doses hydroxyurea bij.

Dosisreductie of zelfs stoppen van de therapie is nodig voor alle late bijwerkingen, wanneer die ernstig (WHO-graad 3 of 4) zijn: beenmergdepressie, chronische moeheid, ernstig gewichtsverlies, neurotoxiciteit (kan sluipend beginnen en irreversibel zijn), depressie (risico op suïcide!), leverfunctiestoornissen, hypotensie en tachycardie, autoimmuunfenomenen (SLE, hypo- en hyperthyroïdie), microangiopathische hemolyse. Het duurt meestal minstens 6 maanden tot 1 jaar alvorens de eerste tekenen van cytogenetische conversie zichtbaar worden.

N.B.: alfa-interferon moet minstens 3 maanden voor een allo-SCT gestopt worden.

Ad 4: Chemotherapie alleen

Eerste keus: Hydroxyureum
Beenmergtoxiciteit van korte duur. Dosering 2 x daags 10-25 mg/kg per os op geleide van leukocytengetal. Streef naar leukocyten <5-10x109/l. Gemiddeld zal het om een dagdosis van 1.5 tot 2 gram per dag gaan. De resorptie is echter zeer wisselend, vandaar het advies het middel in meerdere porties per dag in te laten nemen.

Tweede keus: Busulfan (Myleran)
Dit middel is minder effectief dan hydroxyureum en resulteert in een kortere overleving; dient bij voorkeur ook niet gebruikt te worden als allo-SCT overwogen wordt. Het werkt op een vroegere stamcel dan Hydroxyureum. Het effect treedt daardoor later op, en houdt ook langer aan. Het risico is overdosering met langdurige aplasie. Dosering 1 x per dag 0.1 mg/kg/dag per os gedurende maximaal 4-6 weken. Halveren bij dalen van de leukocyten, en stoppen bij leukocyten < 20 x 109/l. Hervatten als de leukocyten na herstel weer stijgen.

Derde keus: Tioguanine
Meestal werd dit middel (Lanvis, tabletten 40 mg) gecombineerd met Busulfan. Als monotherapie is een individuele dosis nodig, verdeeld over 2 doses per dag. Begindosis meestal 2 x 100-200 mg per dag, nadien aanpassen aan leukocytengetal.

Radiotherapie
Indicatie: Zeer grote milt met pijn niet reagerend op chemotherapie of pijnlijke botlokalisaties (chloromen).

Leukaferese
Bij symptomen van leukostase (zeer zeldzaam bij CML) of priapisme. Meestal is hydroxyureum echter ook effectief in symptoombestrijding.

Beleid bij recidief CML na allo-SCT
Alle patiënten, die een allogene SCT hebben ondergaan, moeten het eerste jaar na SCT elke 3 maanden worden onderzocht op een recidief met behulp van chimerisme-onderzoek en semi-kwantitatieve analyse BCR-ABL. In het 2e en 3e jaar na SCT is halfjaarlijkse controle geïndiceerd. Nadien jaarlijks chimerisme en kwantitatieve bcr/abl analyse op bloed.
Bij een moleculair of cytogenetisch recidief: afhankelijk van de therapie voorafgaand aan de allo-SCT: donorlymfocyten infusie (zie daarvoor betreffende protocollen), tweede generatie tyrosine kinaseblokker (tenzij vóór de SCT al bewezen resistentie), lage dosis alfa-interferon.

Chronische myeloide leukemie blastencrise

Definitie acceleratie (WHO-criteria)

Definitie blastencrise (WHO-criteria)

Onderzoek

Behandeling

A. Myeloïde en andere niet-lymfatische blastencrisen:

Gebruikelijk is om jongere patiënten een AML behandeling aan te bieden in combinatie met een tyrosinekinase blokker, gevolgd door allogene stamceltransplantatie. In hoeverre dit imatinib (400 tot 600 mg) of dasatinib (2 x 70 mg) moet zijn is niet bekend. Gezien de uitermate slechte prognose moet men zich – bij het ontbreken van een donor en bij oudere patiënten – overigens afvragen of intensieve chemotherapie zoals bij AML gerechtvaardigd is. De kans op remissie is klein (20-25%), en de remissieduur en overleving bedragen slechts enkele maanden. Imatinib (600 mg uit studie-data) of dasatinib (2 x 70 mg) alléén geven ook tijdelijke responsen.

B. Lymfatische blastencrise:

Imatinib lijkt minder effectief dan dasatinib bij lymfatische blastencrise vergeleken met myeloïde blastencrise. Daarnaast is chemotherapie volgens een aangepaste ALL-behandeling vaak zinvol met een reële kans op remissie en terugkeer naar een tweede chronische fase. De mediane overleving is circa 12 maanden. Als een patiënt nog geen tyrosinekinase remmer heeft gehad, dient dit middel bij de inductie en maintenance toegevoegd te worden, zoals ook gebruikelijk is bij de behandeling van de Ph+ ALL (zie aldaar).
Bij het geven van de chemotherapie kan overwogen worden het consolidatieschema evt. achterwege te laten, maar wel wordt geadviseerd maintenance te geven met dagelijks 6-MP (50-150 mg per dag per os op geleide van leukocytengetal) en wekelijks MTX (15-25 mg eveneens op geleide van leukocytengetal) waaraan evt. nog hydroxyureum (15-25 mg/kg per dag per os) toegevoegd kan worden als de leukocyten te hoog worden.

N.B. Cave interactie allopurinol en mercaptopurine (dosering mercaptopurine minstens halveren).

Aanpassen dosering hydroxyureum en mercaptopurine
Leukocyten x 109/len/ofTrombocyten x 109/l%
> 5   > 150100
3-5   100-15050
2-3   75-10025
< 2   < 750

Indien geen respons na 14 dagen: doses van hydroxyureum en mercaptopurine verdubbelen.
Indien respons: onderhoud met de 2 cytostatica in aangepaste dosering (b.v. 50%).

Literatuur


VERWANTE PAGINA'S:
- Polycytemia vera (PV)
- Essentiële trombocytose
- Primaire myelofibrose
- Systemische mastocytose
- Chronisch eosinofiele leukemie (CEL) / idiopatisch hypereosinofiel syndroom (iHES)


LINKS IN DEZE PAGINA:
- Aanvraagformulier voor Imatinib (Glivec®) plasmaspiegelbepaling
- Acute leukemie: diagnostiek
- EUTOS stickervel
- Farmacologische monitoring: Handleiding voor het insturen van plasmamonsters voor de bepaling van de imatinib plasmaspiegel
- Immunofenotypering bij hematologische maligniteiten
- Transfusies en bloedgroepwisselingen
- www.leukemia-net.org/content/leukemias/cml/cml_sco[...]


TRIAL-INFO VOOR DEZE PAGINA:
Enest 1 (gesloten)
   Originele protocol
   Patiënteninformatie

HOVON 78 (gesloten)
   Originele protocol
   Patiënteninformatie
   Ara-C plus Imatinib-kuur
   Samenvatting/checklist



LABAANVRAAGFORMULIEREN IN DEZE PAGINA:
- Beenmergonderzoek algemeen (cytologie, immuno, molec.diagn., overige)
- Beenmerg PA
- Cytogenetica
- HLA

Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer