Systemische mastocytose

Datum laatste herziening: 08-04-2010

Diagnostiek

Algemeen

Specifiek

Therapie

Algemeen

Symptomatische therapie

Mestcel-eradicatietherapie

Acute behandeling van anafylactoïde reactie

Preventie van anafylactoïde reacties bij narcose

Preventie van anafylactoïde reacties bij röntgencontrast- of MRI-contrastmedia

Mastocytose en bijen- of wespenallergie

Literatuur

Verwante pagina's

Links in deze pagina

Trial-info

Labaanvraagformulieren

Mastocytose wordt gekenmerkt door een clonale proliferatie van mestcellen in de huid (urticaria pigmentosa) en/of de interne organen (beenmerg, lever, milt, darm en lymfklieren). Bij de meerderheid van de patiënten is sprake van een puntmutatie in de KIT stamcelreceptor op de mestcellen (Asp-816-Val). Hierdoor wordt de mestcel voortdurend gestimuleerd, ook zonder dat binding met de mestcelgroeifactor heeft plaats gevonden. Deze mutatie interfereert overigens ongunstig met de bindingsplaats van de tyrosine-kinase blokker Imatinib.

De kliniek van een patiënt met systemische mastocytose wordt sterk bepaald door enerzijds de uitscheiding van vele mediatoren, anderzijds door het soms tumor-vormende gedrag van de mestcellen, d.w.z. orgaanvergroting en cytopenie door de beenmerginfiltratie. Bij de grote meerderheid van de patiënten met systemische mastocytose is er echter sprake van een indolent ziektebeloop waarbij symptomatische therapie voldoende is. Een meer proliferatief gedrag van de ziekte, of ziektebeelden met zeer ernstige klachten gerelateerd aan mediatorproductie (recidiverende anafylaxie, therapie-resistente osteoporose) vergen daarentegen eerder mestcel-eradicatie therapie.

Diagnostiek

Algemeen

Er zijn officiële criteria vastgesteld voor de diagnose systemische mastocytose. Hiervoor is goede beenmerghistologie met immunohistochemie vereist (dus geen biopt in plastic laten inbedden!). Wanneer deze diagnose overwogen wordt is het daarom raadzaam om op het aspiraat naast flowcytometrie (CD117+CD2; CD117+CD25) ook meteen cytogenetica (uitsluiten bijkomende MDS of myeloproliferatieve aandoening, zie tabel verderop) en analyse van de KIT mutatie te laten verrichten.

De diagnose systemische mastocytose wordt gesteld bij 1 major en 1 minor criterium, of – in de afwezigheid van een major criterium – bij 3 minor criteria (1).

Major criterium

Twee of meer infiltraten van mestcellen (>15 cellen dicht op elkaar) vastgesteld in beenmergbiopten en/of biopten van andere extracutane organen met behulp van een tryptase kleuring van de mestcellen.

Minor criteria

  1. >25% van de mestcellen is spoelvormig, onrijp of atypisch in biopt of aspiraat van beenmerg of ander weefsel.
  2. KIT puntmutatie op codon 816 in beenmerg of bloed of andere extracutane organen.
  3. Flowcytometrie of immunohistochemie: CD117 (kit receptor) sterk positieve cellen met co-expressie van CD2 en/of CD25.
  4. Serum tryptase > 20 ng/ml, tenzij er een geassocieerde clonale myeloïde ziekte is, want dan is dit criterium niet geldig.

Specifiek

WHO-classificatie systemische mastocytose (1)

CategorieVereiste criteria
Cutane mastocytoseUitsluitend huidlesies, negatief beenmerg, normaal serum tryptase. De meeste huidlesies zijn Urticaria Pigmentosa (UP); zie voor andere, veel zeldzamere afwijkingen, het WHO boek (1) of dermatologiehandboeken.
Indolente systemische mastocytose (ISM)Meestal huidlesies; beenmerg < 20% mestcellen in uitstrijk; geen criteria voor geassocieerde hematologische aandoening; geen criteria voor agressieve mastocytose. Serum tryptase meestal verhoogd; lever/milt/lymfklieren soms vergroot.
Subvormen: 1) Beenmergmastocytose (geen huidlesies); 2) smouldering systemic mastocytosis met 2 of meer 'B-findings'#
Systemische mastocytose met een geassocieerde clonale hematologische aandoening (SM-AHNMD)Naast criteria voor systemische mastocytose eveneens (niet mestcel-gerelateerde) MDS, AML, NHL of myeloproliferatief beeld
Agressieve systemische mastocytose (ASM)Naast criteria voor systemische mastocytose één of meer van de volgende afwijkingen ('C-findings'#):
  • Cytopenie (WBC<1.0; Hb <6.2 mmol/l; trombo <100)
  • Hepatomegalie met leversynthesefunctiestoornissen, ascites en/of portale hypertensie
  • Botaantasting met grote osteolytische haarden en/of pathologische fracturen
  • Splenomegalie met hypersplenisme
  • Malabsorptie met gewichtsverlies t.g.v. mestcelinfiltratie in de tr. dig.
Subvorm: lymfadenopathische mastocytose met eosinofilie: progressieve lymfadenopathie met perifere eosinofilie, vaak met uitgebreide botbetrokkenheid en hepatosplenomegalie, maar meestal geen huidlesies. PDGFRA-breuken zijn uitgesloten.
MestcelleukemieSystemische mastocytose met in het beenmergaspiraat > 20% mestcellen en/of in het bloed > 10% afwijkende mestcellen; in het beenmergbiopt diffuse infiltratie met atypische, immature mestcellen
MestcelsarcoomUnifocale mestceltumor; geen systemische mastocytose. Destructief groeigedrag; 'hooggradige cytologie'.
Extracutaan mastocytoomUnifocale mestceltumor; geen systemische mastocytose. Geen destructief groeigedrag; 'laaggradige cytologie'.
# B findings: Borderline aggressive: hepatosplenomegalie, lymfadenopathie, hypercellulair beenmerg waaronder >30% mestcelinfiltratie in het biopt en serum tryptase >200 ng/ml. Tekenen van dysplasie of myeloproliferatie, maar onvoldoende voor criteria MS-AHNMD). Ondanks de uitgebreide infiltratie is er geen orgaanschade, zoals gedefinieerd bij de C findings.
# C findings: Consider Cytoreduction: symptomen die wijzen op ernstige orgaanschade veroorzaakt door de mestcelinfiltratie .

Therapie

Wanneer er alleen sprake is van cutane mastocytose, met name urticaria pigmentosa, komt bij volwassenen met cosmetische bezwaren of klachten (jeuk) PUVA fototherapie het meest in aanmerking, maar de effecten zijn wisselend en, indien aanwezig slechts tijdelijk van weken tot hooguit enkele jaren.

Algemeen

Een belangrijk deel van het beleid bij patiënten met systemische mastocytose moet gericht zijn op het vermijden van mediator-gerelateerde complicaties (2).

Preventie van anafylactische dan wel anafylactoïde reacties i.h.a.

De therapeutische mogelijkheden tegen systemische mastocytose zijn vooralsnog beperkt tot symptomatische therapie en experimentele therapie (mestcel reducerend).

Symptomatische therapie

Bij de grote meerderheid van de patiënten met systemische mastocytose is er sprake van een indolent ziektebeloop waarbij geen therapie nodig is of bij klachten alleen symptomatische therapie voldoende is. Symptomatische therapie wordt onderscheiden in blokkade van effecten (Histamine 1 en 2 receptor antagonisten bv. (levo-) cetirizine en ranitidine), remming van synthese van mediatoren (aspirine, NSAID’s) en remming van secretie (oraal cromoglycaat).

Allen: H1 en H2 blokkers beide zo nodig in hoge doses, en indien geïndiceerd (ook bij mannen!) osteoporosepreventie.

Mestcel-eradicatietherapie

Gezien de bijwerkingen van alle hieronder genoemde therapiemodaliteiten, en het feit dat nog geen één interventie curatief is gebleken, is het advies patiënten alleen voor mestcel-eradicatietherapie in aanmerking te laten komen als er sprake is van de volgende vormen van systemische mastocytose: agressieve mastocytose, of smouldering of desnoods indolente mastocytose mits de klinische symptomatologie zeer ernstig is en niet te behandelen met symptomatische therapie. Wanneer dan de voordelen opwegen tegen de nadelen zijn de volgende therapieën mogelijk:

Interferon-alfa in combinatie met prednison (5-8)

Met interferon-alfa is de meeste ervaring opgebouwd. Algemeen wordt deze therapie geaccepteerd voor patiënten met agressieve mastocytose, zoals gedefinieerd in de tabel. De bijwerkingen zijn echter aanzienlijk en dienen afgewogen te worden t.o.v. de potentiële voordelen of andere therapie-modaliteiten. Altijd dient premedicatie met corticosteroiden plaats te vinden, om ernstige anafylactoide reacties bij de start te voorkomen. In de loop van de weken kan de prednison voorzichtig geminderd worden. De indruk bestaat dat de combinatie van interferon-alfa met prednison effectiever is dan prednison alleen, maar dit is nooit vergelijkend uitgezocht. In alle gevallen is osteoporose-preventie aangewezen met bisfosfanaten, calcium en vitamine D.

Schema-advies

NB: Interferon heeft bij dit type patiënten soms een sterk beenmergsuppressieve werking. Frequent controles bloedbeeld, en aanpassingen van de dosering zijn vereist.

Imatinib (9-11)

De karakteristieke mutatie (D816V) verhindert binding van imatinib aan de c-kit receptor. Desondanks lijkt het middel soms voorbijgaand enige effectiviteit te tonen, afgemeten aan klachten en geringe daling van serum tryptase. Mastocytosevormen met een variant mutatie zijn overigens wel responsief.

De combinatie van mastocytose met hypereosinofilie, waarbij sprake is van de FIP1L1-PDGFRalfa fusie dient vanzelfsprekend wel met imatinib behandeld te worden, w.s. in een uiteindelijke dosering van 100 mg per dag, maar zekerheidshalve (om resistentie te voorkomen) te starten met 400 mg per dag (12, 13).

Andere tyrosine kinase blokkers

Sinds 2009 participeert het UMCG in een multicenter (wereldwijde) fase II trial om de werking en bijwerkingen van midostaurine (PKC412; oraal, 2 x per dag 100 mg continu) te onderzoeken. Alleen patiënten met een agressieve mastocytose (met 'C findings') mogen geïncludeerd worden.

Cladribine (14)

Bij het merendeel van de patiënten met indolente en agressieve mastocytose treden goede responsen op wanneer een 2-CDA schema van 5 dagen achtereen, te herhalen met een interval van 4-8 weken wordt toegepast. Bij geen van de patiënten is tot nu toe echter een complete remissie bereikt. Bovendien is cladribine een middel met veel bijwerkingen, zoals beenmergsuppressie en uitschakeling T cel immuniteit. Meer onderzoek naar het optimale schema is vereist. Binnenkort start een studie naar de combinatie van cladribine gevolgd door IFN maintenance.

Huidige toegepaste schema

Acute behandeling van anafylactoïde reactie

Ten slotte: observatie gedurende ten minste 8-10 uur.

Preventie van anafylactoïde reacties bij narcose

Preoperatief dag voor OK
Peroperatief
Postoperatief

Preventie van anafylactoïde reacties bij röntgencontrast- of MRI-contrastmedia

Tijdschema

Bij onverwachte spoedreactie: 500 mg hydrocortison i.v. en 2 mg clemastine (Tavegil®) i.v.

Mastocytose en bijen- of wespenallergie

Mastocytosepatiënten zijn extreem gevoelig voor bijen- of wespensteken, en het is belangrijk daar in de anamnese aandacht aan te besteden. Bij enige twijfel op een ernstige reactie in het verleden, of bij een risico-vol beroep wordt dringend geadviseerd tot het dragen van een Epipen (voor instructies zie Informatie over de Epipen® voor ouders/verzorgers en Informatie over de Epipen® voor volwassenen). Deskundigen adviseren zelfs het gebruik van een tweede pen, gezien de soms waargenomen ernst van de allergische reactie (zie voor patiënteninformatie De adrenaline auto-injector of "noodpen"). De-sensibilisatie is controversieel: het is risicovol, en het blijkt waarschijnlijk niet afdoende te werken (3, 4). Desalniettemin adviseren de meeste mastocytose-deskundigen om patiënten met een gedocumenteerde ernstige anafylactische reactie op een bijen- of wespensteek voor desensibilisatie in aanmerking te laten komen. Desensibilisatie dient in een gespecialiseerd centrum verricht te worden onder intensieve bewaking. Ook na desensibilisatie is bij deze groep patiënten het dragen van de Epipen nog steeds verplicht, omdat het waarschijnlijk niet afdoende beschermt.

Literatuur

  1. Horny, H-P., Metcalfe, D.D., Bennett, J.M. et al. Mastocytosis. In: Swerdlow, S.H. Campo,E., Harris, N.L., et al. eds. WHO Classification of Tumours of Haematopoietic and Lymphoid Tissues. Lyon: IARC Press; 2008:54-63.
  2. Doormaal, J.J. van, Voorst Vader, P.C. van, Kluin, Ph.M., Oude Elberink, J.N.G., Dubois, A.E. Systemische Mastocytose. Ned.Tijdschr.Allergie 2002;5:206-215.
  3. Dubois, A.E. Mastocytosis and Hymenoptera allergy. Curr Opin Allergy Clin Immunol. 2004;4:291-295.
  4. Oude Elberink, J.N.G., De Monchy, J.G.R., Kors, J.W., Doormaal, J.J. van, Dubois, A.E.J. Fatal anaphylaxis after a yellow jacket sting, despite venom immunotherapy, in two patients with mastocytosis. J Allergy Clin Immunol. 1997;99:153-154.
  5. Kluin-Nelemans, J.C., Jansen, J.H., Breukelman. H. et al. Response to interferon alfa-2b in a patient with systemic mastocytosis. N Engl J Med. 1992;326:619-623.
  6. Worobec, A.S. Treatment of systemic mast cell disorders. Hematology/Oncology Clinics of North America. 2000;14:659-687.
  7. Casassus, P., Caillat-Vigneron, N., Martin. A. et al. Treatment of adult systemic mastocytosis with interferon-alpha: results of a multicentre phase II trial on 20 patients. Br J Haematol. 2002;119:1090-1097.
  8. Valent, P., Akin, C., Sperr, W.R. et al. Aggressive systemic mastocytosis and related mast cell disorders: current treatment options and proposed response criteria. Leuk Res. 2003;27:635-641.
  9. Akin, C., Brockow, K., D'Ambrosio, C. et al. Effects of tyrosine kinase inhibitor STI571 on human mast cells bearing wild-type or mutated c-kit. Exp Hematol. 2003;31:686-692.
  10. Akin, C., Metcalfe, D.D. Systemic mastocytosis*. Annu Rev Med. 2004;55:419-432.
  11. Longley, B.J., Ma, Y.S., Carter, E., McMahon, G. New approaches to therapy for mastocytosis – A case for treatment with kit kinase inhibitors. Hematology/Oncology Clinics of North America. 2000;14:689-695.
  12. Cools, J., Stover, E.H., Wlodarska, I., Marynen, P., Gilliland, D.G. The FIP1L1-PDGFRalpha kinase in hypereosinophilic syndrome and chronic eosinophilic leukemia. Curr Opin Hematol. 2004;11:51-57.
  13. Tefferi, A., Pardanani, A. Imatinib therapy in clonal eosinophilic disorders, including systemic mastocytosis. Int J Hematol. 2004;79:441-447.
  14. Kluin-Nelemans, J.C., Oldhoff, M.J., Doormaal, J.J. van, Wout, J.W. van't, Verhoef, G., Gerrits, W.B.J. et al. Cladribine therapy for systemic mastocytosis. Blood 2003;102:4270-4276.


VERWANTE PAGINA'S:
- Chronische myeloide leukemie (CML)
- Polycytemia vera (PV)
- Essentiële trombocytose
- Primaire myelofibrose
- Chronisch eosinofiele leukemie (CEL) / idiopatisch hypereosinofiel syndroom (iHES)


LINKS IN DEZE PAGINA:
- 2e nuchtere ochtendurine
- De adrenaline auto-injector of "noodpen"
- Informatiebrief (Engelstalig) voor de patiënt bij reizen in het buitenland
- Informatie over de Epipen® voor ouders/verzorgers
- Informatie over de Epipen® voor volwassenen
- Medical alert
- SCORMA-lijst


TRIAL-INFO VOOR DEZE PAGINA:
UMCG midostaurin
   Originele protocol
   Patiënteninformatie
   Midostaurinerecept UCMG-apotheek
   Samenvatting
   SAE-formulier



LABAANVRAAGFORMULIEREN IN DEZE PAGINA:
- Histamine metabolieten urine plus patiënteninformatie 2e nuchtere urine
- KIT mutatie bloed of beenmerg: handleiding en formulier
- Tryptase serum

Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer