Large granular lymphocyte (LGL-) lymfocytose
Datum laatste herziening: 31-08-2009
Synoniemen: LGL-leukemie, Tγ-lymphocytose
Onderzoek
- Milt- en levergrootte, cutane lesies, gewrichten;
- bloedbeeld en dif, m.n. korrelhoudende lymfoïde cellen, aantal granulocyten;
- leverfuncties;
- beenmergcytologie en -histologie;
- evt. EM van bloed of beenmerg;
- immunofenotypering: CD8+CD16+/-CD56+/-CD57+/-, zowel TCRαβ+ als TCRγδ+;
- evt. T-celreceptor (TCR)-rearrangement;
- reumaserologie, autoimmuunserologie.
Toelichting
- Minstens een deel van de LGL-ziekten zijn clonaal en daarom te beschouwen als (pre-)maligne, i.e. LCL-leukemie. Zij hebben een indolent beloop met mediane overleving > 10 jaar en geven eerder problemen door verhoogde infectievatbaarheid en (progressieve) pancytopenie dan door hun maligne karakter; een deel is polyclonaal en daarom waarschijnlijk reactief.
- Vaak is er een monoclonale T-celpopulatie, chromosomale afwijking (+8, +14) en invasieve groei in lever en milt, suggestief voor maligniteit, d.w.z. 'LGL-leukemie'; waarschijnlijk zijn er echter ook reactieve beelden, 'LGL lymfocytose'. Omdat de naam leukemie de patiënt een bepaald stigma bezorgt, is er enige voorkeur voor 'lymfocytose', maar in het internationaal spraakgebruik wordt 'leukemie' vaker gebruikt.
- Auto-immuunprocessen zijn frequent, vooral reumatoïde arthritis, vasculitis en granucytolopenie, soms PRCA of trombocytopenie. Is LGL-lymfocytose een reactie op deze auto-immuunziekte of is de chronische stimulering van het immuunsysteem oorzaak van het ontstaan van maligne, clonale ziekte?
Differentiaal diagnose
- Subtypen zijn: T-LGL, CD3+, en NK-LGL, CD3-;
NK-LGL kan agressiever beloop hebben; - NK- en NK-like T-celmaligniteiten, w.o. nasal T-cellymfoom;
- indolente lymfoïde maligniteiten;
- perifeer T-NHL, m.n. extranodaal, w.o. S.C. panniculitis-like T-cellymfoom en hepatosplenisch T-cellymfoom;
- CTCL, M Sézary.
Behandeling
- Cyclofosfamide 100 mg/d;
- methotrexate ≤ 10 mg/m2/wk (Loughran, 1994);
- purine-analoga, meeste ervaring met DCF (Mercieca, 1994);
- ciclosporine A (Sood, 1998);
- autoimmuun-gemedieerde processen reageren voorbijgaand op prednison;
- G-CSF leidt tot snelle maar voorbijgaande stijging van granulo's (let op: risico voor verergeren van reuma inflammatoire verschijnselen als reuma); gebruik bij neutropene infectie kan zinvol zijn (Weide, 1994);
- SDD bij recidiverende infecties.
Literatuur
- Greer, J.P., Kinney, M.C., Loughran, T.P. Jr. T cell and NK cell lymphoproliferative disorders. Hematology (Am Soc Hematol Educ Program) 2001, 259-81.
- Loughran, T.P. Jr, Kidd, P.G., Starkebaum, G. Treatment of large granular lymphocyte leukemia with oral low-dose methotrexate. Blood 1994, 84, 2164-70.
- Mercieca, J., Matutes, E., Dearden, C., et al. The role of pentostatin in the treatment of T-cel malignancies: analysis of response rate in 145 patients according to disease subtype. J Clin Oncol 1994, 12, 2588-93.
- Sood, R., Stewart, C.C., Aplan, P.D., et al. Neutropenia associated with T-cell large granular lymphocyte leukemia: long term response to cyclosporine therapy despite persistence of abnormal cells. Blood 1998, 91, 3372-8.
- Weide, R., Heymanns, J., Koppler, H., et al. Successful treatment of neutropenia in T-LGL leukemia (T gamma-lymphocytosis) with granulocyte colony-stimulating factor. Ann Hematol 1994, 69, 117-9.