Datum laatste herziening: 18-10-2010
Nodale gebieden boven het diafragma volgens de EORTC criteria
EORTC risk classification in CS I-II Hodgkin’s lymphoma
International prognostic score (IPS) for advanced Hodgkin's lymphoma (Hasenclever and Diehl, 1998)
Therapie nodulair lymfocytenrijke Hodgkin (nodulair paragranuloom)
Hodgkin lymfoom bij patiënten > 70 jaar
EORTC-H10 studie (20051) voor Hodgkin lymfoom stadium I en II, alle risicogroepen
M. Hodgkin stadium III en IV, low risk
EORTC-studie (20012) voor Hodgkin lymfoom stadium III en IV, high risk
PA diagnose op biopsie van lymfklier (geen cytologie).
Elke lokalisatie dient zo nauwkeurig mogelijk in maat en getal vastgelegd te worden (kliergrootte, diameter long/milt/leverhaarden, enzovoort). Risicoclassificatie volgens EORTC bij stadium I-II boven diafragma of Hasenclever bij stadium III en IV (zie tabellen).
Klik hier voor de definitie van de nodale gebieden boven het diafragma volgens de EORTC criteria.
| Favorable | Unfavorable | |
|---|---|---|
| Age | < 50 | ≥ 50 |
| and | or | |
| ESR + B symptoms | A + ESR < 50 mm | A + ESR ≥ 50 mm |
| B + ESR < 30 mm | B + ESR ≥ 30 mm | |
| and | or | |
| MT ratio* | < 0.35 | ≥ 0.35 |
| and | or | |
| Number involved areas | 1 2 or 3 | 4, 5 |
| * Breedte mediastinale tumor / thorax diameter op niveau T5,T6, gemeten op een staande thorax foto | ||
| Factoren | Punten |
|---|---|
| leeftijd 45 of ouder | 1 |
| man | 1 |
| stadium IV | 1 |
| Hb < 10.5 g/dl (7.4 mmol/l) | 1 |
| albumine < 40 g/l | 1 |
| leucocyten > 15 x 109/l | 1 |
| lymfocyten < 0.6 x 109/l of < 8% | 1 |
| Stadium I en II boven diafragma: | PET gestuurde therapie. EORTC H10 trial 20051
|
| Stadium I en II onder diafragma: | Geen EORTC trial: |
| Stadium III en IV low risk (IPS 0,1 of 2): |
|
| Stadium III en IV high risk (IPS 3 of meer): | EORTC trial 20012 (gesloten per 08-01-2010):
Indien na 6-8 kuren geen CR (of CRu): aanvullende IN-RT (start 3-4 weken na de laatste chemotherapie). |
| Refractair/progressie of recidief: |
|
De nodulaire vorm van de lymfocytenrijke (LP) subgroep (< 5%) is een ander ziektebeeld (nodulair paragranuloom) en wordt niet standaard als Morbus Hodgkin behandeld. Er bestaat bij dit type een levenslang risico op recidief. Bovendien is er kans op ontaarding naar een NHL.
Stadium I en complete resectie: wait and see, of IN-RT.
Stadium I- II : IN-RT.
Stadium III en IV: individualiseren, bijvoorbeeld 4-6 ABVD, en (indien CD20 positief) combineren met rituximab, totaal 6 keer.
Bij recidieven (komen frequent en laat voor, maar beïnvloeden de goede levensverwachting niet of nauwelijks): overweeg wait and see, involved field RT (evt. zelfs lage dosis 2 x 2 Gray), of rituximab 4 wekelijkse giften van 375 mg/m2.
De therapie is afhankelijk van de performance en de aanwezigheid van co-morbiditeit
Te overwegen zijn ABVD, EBVP, CEP, LVPP of LOPP (= LVPP met vinblastine vervangen door vincristine totaal 2 mg, dag 1 en 8) of alleen radiotherapie.
Eerste 12 maanden minimaal 1 maal per 2 maanden.
Tot het 3e jaar 1 maal per 3 maanden.
Derde jaar 1 maal per 4 maanden.
4e en 5e jaar eens per 6 maanden.
Daarna jaarlijks of 2 jaarlijks; levenslang
Bij patiënten met CRu moet een PET scan worden verricht, indien deze negatief is, kan men dit als CR beschouwen.
Follow-up van mediastinale restlokalisatie mbv X-thorax is dan voldoende (buiten trialverband).
Na radiotherapie op de hals: eens per half jaar schildklier controle
Na radiotherapie op thorax: vanaf 10 jaar na RT X-thorax (secundair longcarcinoom)
Bij vrouwen waarbij de mammae in het bestralingsveld gelegen hebben: vanaf 10 jaar na radiotherapie starten met jaarlijkse mammografie.
Na radiotherapie mediastinum: letten op risicofactoren voor coronairlijden: roken, hypertensie en hyperlipidaemie. Vanaf 10 jaar toegenomen risico op slokdarmca. en longca.
Na radiotherapie buik: alert zijn op gastro-intestinale tumoren, nierfunctie vervolgen en bloeddrukcontrole.
Alert zijn op nieuw lymfoom (NHL).
Vrouwen die na behandeling vroegtijdig in de overgang zijn gekomen dienen oestrogeensubstitutie te krijgen ter preventie van osteoporose (zie Infertiliteit en hormonale insufficiëntie na chemo- en radiotherapie).
Kijk ook op www.EORTC.be (» Protocols database » List of open protocols » EORTC Lymphoma Group » 20051).

NB: deze H10 trial vereist veel planning.
Voor deze categorie bestaat geen trial. Advies is: 6 ABVD, mits CR na 4e ABVD. Geen radiotherapie.
Kijk ook op www.EORTC.be (» Protocols database » List of open protocols » EORTC Lymphoma Group » 20012).
In het algemeen:
| ABVD: frequentie: 1 x per 4 weken | |||
|---|---|---|---|
| Adriamycine | 25 mg/m2 | i.v. | dag 1 en dag 15 |
| Bleomycine | 10 USP-E (= mg)/m2 | i.v. of i.m. | dag 1 en dag 15 |
| Vinblastine | 6 mg/m2 | i.v. | dag 1 en dag 15 |
| Dacarbazine | 375 mg/m2 | i.v. | dag 1 en dag 15 |
Modificatie 100% dosering op geleide bloedbeeld tijdens de kuur (dag 15)
Modificatie 100% dosering op geleide bloedbeeld bij begin van de volgende kuur: Leukocyten > 2.5, granulocyten > 1.5 en trombocyten > 125. Indien niet de volledige dosis mogelijk, 1 week uitstellen, vervolgens: zie schema hierboven
| BEACOPP frequentie: 1 x per 3 weken | |||
|---|---|---|---|
| Cyclofosfamide | 650 mg/m2 | i.v. | dag 1 |
| Adriamycine | 25 mg/m2 | i.v. | dag 1 |
| Vincristine | 1.4 mg/m2 | i.v., max 2 mg | dag 8 |
| Bleomycine | 10 USP-E (= mg)/m2 | i.v. of i.m. | dag 8 |
| Etoposide | 100 mg/m2 | i.v. | dag 1, 2 en 3 |
| Procarbazine | 100 mg/m2 | p.o. | dag 1 t/m 7 |
| Prednison | 40 mg/m2 | p.o. | dag 1 t/m 14 |
Modificatie 100% dosering op geleide bloedbeeld bij begin van de volgende kuur: Leukocyten > 2.5, granulocyten > 1.5 en trombocyten > 125.
Indien niet de volledige dosis mogelijk, eerst 1 week uitstellen, vervolgens:
| leuko x 109/l | gran. x 109/l | trombo x 109/l | Cyclofosfamide Doxorubicine Procarbazine Etoposide | Vincristine Bleomycine Prednison |
|---|---|---|---|---|
| > 2.0 | > 1.0 | > 75 | 100 | 100 |
| < 2.0 | < 1.0 | < 75 | 50 | 100 |
Gebruik van hematopoietische groeifactoren (G-CSF) is toegestaan. NOOIT samen met de cytostatica, dus pas starten 1 dag nà Bleomycine (dag 9).
| Escalated BEACOPP: frequentie 1 x per 3 weken | |||
|---|---|---|---|
| Cyclofosfamide | 1250 mg/m2 | i.v. | Dag 1 |
| Adriamycine | 35 mg/m2 | i.v. | Dag 1 |
| Vincristine | 1,4 mg/m2 | i.v., max 2 mg | Dag 8 |
| Bleomycine | 10 USP-E (= mg)/m2 | i.v. of i.m. | Dag 8 |
| Etoposide | 200 mg/m2 | i.v. | Dag 1, 2 en 3 |
| Procarbazine | 100 mg/m2 | p.o. | Dag 1 t/m 7 |
| Prednison | 40 mg/m2 | p.o. | Dag 1 t/m 14 |
Het is verplicht om bij de escalated BEACOPP toe te voegen:
| EBVP: frequentie: 1 x per 3 weken | |||
|---|---|---|---|
| Epirubicine | 70 mg/m2 | i.v. | dag 1 |
| Bleomycine | 10 USP-E (= mg)/m2 | i.v. of i.m | dag 1 |
| Vinblastine | 6 mg/m2 | i.v. | dag 1 |
| Prednison | 40 mg/m2 | p.o. | dag 1 t/m 5 |
Modificatie 100% dosering op geleide bloedbeeld
| leuko x 109/l | trombo x 109/l | Epirubicine | Bleomycine Velbe Prednison |
|---|---|---|---|
| > 2.5 | > 125 | 100 | 100 |
| 1.5-2.5 | 75-125 | 50 | 100 |
| < 1.5* | < 75* | 0* | 0* |
| * Na 1 week uitstel optimaal doseren volgens bovenstaand schema | |||
De MOPP/ABV kuur wordt niet meer toegepast, zeker nu mitoxine ook niet meer verkrijgbaar is. De BEACOPP kuur benadert qua intensiteit het MOPP/ABV schema het beste.
| LVPP kuur: frequentie: 1 x per 4 weken | |||
|---|---|---|---|
| Chloorambucil | 6 mg/m2 (max 10 mg) | p.o. | dag 1-14 (evt 1-10) |
| Vinblastine | 6 mg/m2 (max 10 mg) | i.v. | dag 1 en 8 |
| Procarbazine | 100 mg/m2 (max 150 mg) | p.o. | dag 1-14 (evt 1-10) |
| Prednison | 40 mg/m2 | p.o. | dag 1-14 |
| CEP kuur: 1 x per 3 weken | |||
|---|---|---|---|
| CCNU | 80 mg/m2 | p.o. | Dag 1 |
| VP 16 | 100 mg/m2 | p.o. | Dag 1-5 |
| Leukeran | 8 mg/m2 | p.o. | Dag 1-5 |
| Prednison | 40 mg/m2 | p.o. | Dag 1-5 |
| Gemcitabine-dexamethason: 1 x per 4 weken; na twee kuren evalueren en eventueel continueren | |||
|---|---|---|---|
| Gemcitabine | 1250 mg/m2 | i.v. in 30 minuten | Dag 1, 8, 15 |
| Dexamethason | 8 mg/m2 | p.o. | Dag 1 en 2; 8 en 9; 15 en 16 |
Voor andere palliatieve monotherapieschema's zie Mead, G.M., et al, Single agent palliative chemotherapy for end-stage Hodgkin's disease. Cancer, 1982;50:829-835.
Zie ook: Infectiepreventie/vaccinatie bij splenectomie en hyposplenisme.
VERWANTE PAGINA'S:
- Maligne lymfomen: stadiëring en response evaluatie algemeen
- Pathologisch onderzoek van maligne lymfomen
- Non-Hodgkin lymfomen (NHL): inleiding
- NHL: lymfoblastair/precursor B en T
- NHL: lymfocytair lymfoom/CLL
- NHL: folliculair lymfoom graad 1 en 2
- NHL: folliculair lymfoom graad 3
- NHL: nodaal en extranodaal marginale zone lymfoom (MALT-type)
- NHL: lymfoplasmocytair lymfoom / ziekte van Waldenström
- NHL: diffuus grootcellig B-cellymfoom
- NHL: Burkitt-lymfoom
- NHL: mantelcellymfoom
- NHL: perifeer T-cellymfoom
- NHL: primair in het zenuwstelsel
- NHL: bij aids of na transplantatie
- Lymfomen van de huid
LINKS IN DEZE PAGINA:
-
definitie van de nodale gebieden boven het diafragma volgens de EORTC criteria
-
EORTC H10 trial 20051
-
EORTC trial 20012
-
Infectiepreventie/vaccinatie bij splenectomie en hyposplenisme
-
Infertiliteit en hormonale insufficiëntie na chemo- en radiotherapie
-
www.EORTC.be
TRIAL-INFO VOOR DEZE PAGINA:
-
EORTC 20012 (gesloten)
Originele protocol
Administrative change 6 and 7 amendementen
Patiënteninformatie
ABVD-kuur
BEACOPP escalated
BEACOPP standaard
Artsenverklaring G-CSF
-
EORTC 20051 H10 studie – gesloten; LET OP: aanpassing protocol per aug 2010: alle patiënten krijgen radiotherapie
Originele protocol
Patiënteninformatie
Let op: wijziging (addendum)
ABVD-kuur
BEACOPP escalated
Randomization checklist
PET-aanvraagformulier
© UMCG | Disclaimer