Datum laatste herziening: 24-01-2011
DLBCL < 65 jaar, stadium II-IV met bij eerste presentatie naast systeem – óók CNS-betrokkenheid
Patiënten met cardiale contraindicaties voor anthracyclines
Drie kuren R-CHOP21 chemotherapie + involved field radiotherapie.
Indien bulky: chemotherapie eventueel verlengen tot 6 kuren1, afhankelijk van snelheid respons.
HOVON 84 fase III studie (2x2 design):
Inclusie: stadium II-IV DLBCL, age-adjustend IPI risicoprofielen 1-3, WHO PS 0-2.
1e randomisatie
Inductie: 8 R-CHOP14 kuren met R op dag 1, versus 8 R-CHOP14 (totaal 8 R), waarbij in eerste 4 R-CHOP14 kuren R op dag 1 en 8 wordt gegeven. Naast G-CSF support ook PCP (cotrimoxazol 1dd 480 mg) en HZV (valacyclovir 2dd 500 mg) profylaxe nodig.
2e randomisatie voor patiënten in CR (PET neg):
Maintenance: observatie versus rituximab 1 x per 2 maanden gedurende 2 jaar (totaal 12 x R).
HOVON 84 fase III studie (2x2 design):
Inclusie: stadium II-IV DLBCL, alle IPI risicoprofielen, WHO PS 0-2.
1e randomisatie:
NB: Voorfase voor alle patiënten: Prednison 100 mg dag -4,-3,-2,-1.
Inductie: 6 R-CHOP14 kuren met R op dag 1, gevolgd door R op dag 14 en 28 van 6e kuur (totaal 8 R), versus 6x R-CHOP14, waarbij in eerste 4 R-CHOP14 kuren R op dag 1 en 8 wordt gegeven, in kuur 5 en 6 R op dag 1, gevolgd door R dag 14 en 28 van 6e kuur (totaal 12 R) . Naast G-CSF support ook PCP (cotrimoxazol 1dd 480 mg) en HZV (valacyclovir 2 dd 500 mg) profylaxe nodig.
2e randomisatie voor patiënten in CR (PET neg):
Maintenance: observatie versus rituximab 1 x per 2 maanden gedurende 2 jaar (totaal 12 x R).
In het UMCG loopt een pilot: starten met 2 R-MBVP kuren gevolgd door eventueel radiotherapie op CNS lokalisatie indien persisterende intracraniële afwijkingen, gevolgd door 6 R-CHOP14. Bij leptomeningeale betrokkenheid MTX i.t. volgens schema. Naast G-CSF support ook PCP profylaxe nodig.
Bij deze patiënten kan worden gekozen voor R-CEOP waarbij doxorubicine wordt vervangen door etoposide8.
Deze patiëntengroep maakt – als het tenminste een recidief na CHOP betreft – ongeveer 50% kans op een tweede langdurige complete remissie, mogelijk zelfs curatie, wanneer hen een autologe stamceltransplantatie (ASCT) wordt aangeboden5. Deze curatiekans ligt in het rituximab-tijdperk aanzienlijk lager Afhankelijk van de secundaire aaIPI en duur van eerste response ligt de kans op een tweede curatie na R-CHOP op ongeveer 35%. Dit neemt niet weg dat aangenomen wordt dat zelfs als het een primair refractair NHL betreft, er nog curatiekansen zijn, mits de patiënt in een goede conditie verkeert, en mits het een op immuno-chemotherapie responsief lymfoom is. Ook patiënten met (getransformeerd) grootcellig B-NHL na voorfase van folliculair lymfoom kunnen onder dezelfde bovenstaande condities baat hebben bij een auto-SCT behandeling. Zij komen niet in aanmerking voor de HOVON 98 studie (zie verder).
Noodzakelijke voorafgaande diagnostiek: biopt, PET, CT en BM, zie Non-Hodgkin lymfomen (NHL): inleiding – Onderzoek en stadiëring. Daarnaast is van belang: secundaire age-adjusted IPI6, algemene lichamelijke conditie en comorbiditeit7. In het bijzonder dient gelet te worden op de cardiopulmonale status (LVEF, longfunctie).
Behandeling in trialverband:
HOVON 98 / GSK ORHARRD fase III studie:
Inclusie: patiënten met CD20 positief DLBCL, recidief of refractair na/op R-CHOP die in aanmerking komen voor intensieve therapie gevolgd door ASCT.
Randomisatie: Rituximab-DHAP/VIM/DHAP gevolgd door BEAM+ASCT versus Ofatumumab-DHAP/VIM/DHAP gevolgd door BEAM +ASCT.

HOVON 98/ORHARRD studie
BEAM, en ASCT wordt alleen gegeven bij respons op de eerste 2 kuren. Stadiëring voor start behandeling en evaluatie voorafgaande aan BEAM dient plaats te vinden met conventionele diagnostiek (CT, beenmerbiopt) inclusief PET scanning. Patiënten zonder respons op R/O DHAP/VIM gaan off protocol.
Voor hen is er een zeer kleine kans dat een derde salvage schema (bv. ProMace-MOPP) alsnog respons induceert, waarna stamcelmobilisatie en BEAM te proberen is. Reserveer dit uitsluitend voor jonge, goed-geïnformeerde patienten in een uitstekende conditie.
Indien patiënten niet in aanmerking komen voor salvage chemotherapie en autologe stamceltransplantatie kunnen zij in aanmerking komen voor behandeling met rituximab, Procarbazine, Etoposide, CCNU, chloorambucil, (R-PECC) combinatie chemoimmunotherapie. Bij minimaal PR gevolgd door Zevalin radio-immunotherapie volgens het HOVON 85 protocol.
Zie HOVON 85 NHL recidief DLBCL.

Patiënten met een recidief DLBCL in het CNS solitair of in combinatie met een systemisch recidief hebben een uitermate slechte prognose. Sommige jonge patiënten kunnen baat hebben bij auto-SCT mits een adequate respons in het CNS is bereikt. Deze patiënten kunnen worden behandeld volgens de HOVON 80 fase II studie: R-DHAP/VIM/DHAP gecombineerd met hoge dosis i.v. MTX en intrathecale Rituximab therapie, bij respons gevolgd door aangepaste myeloablatieve therapie (Busulfan+cyclofosfamide) gevolgd door ASCT.
Zie HOVON 80 NHL CNS recidief.

VERWANTE PAGINA'S:
- Maligne lymfomen: stadiëring en response evaluatie algemeen
- Pathologisch onderzoek van maligne lymfomen
- Hodgkin lymfoom
- Non-Hodgkin lymfomen (NHL): inleiding
- NHL: lymfoblastair/precursor B en T
- NHL: lymfocytair lymfoom/CLL
- NHL: folliculair lymfoom graad 1 en 2
- NHL: folliculair lymfoom graad 3
- NHL: nodaal en extranodaal marginale zone lymfoom (MALT-type)
- NHL: lymfoplasmocytair lymfoom / ziekte van Waldenström
- NHL: Burkitt-lymfoom
- NHL: mantelcellymfoom
- NHL: perifeer T-cellymfoom
- NHL: primair in het zenuwstelsel
- NHL: bij aids of na transplantatie
- Lymfomen van de huid
LINKS IN DEZE PAGINA:
-
HOVON 80
-
HOVON 84
-
HOVON 85
-
Non-Hodgkin lymfomen (NHL): inleiding – Onderzoek en stadiëring
-
R-CEOP
© UMCG | Disclaimer