Monoklonale gammopathie

Datum laatste herziening: 18-12-2009

Definitie

Noodzakelijk onderzoek

Bij IgG, IgA < 10 g/l

Bij IgG, IgA > 10 g/l of IgD of monoklonale lichte ketens in het serum

Bij IgM < 10 g/l

Bij IgM > 10 g/l

< 0,2 g/l

> 0,2 g/l

Referenties

Verwante pagina's

Links in deze pagina

Definitie

Bij monoklonale gammopathie is er sprake van een compleet of incompleet monoklonaal immuunglobuline (M proteïne; oude term: paraproteïne) in het bloed.

Bence Jones eiwitten zijn vrije korte (lichte) ketens van een immuunglobuline die worden geproduceerd door een kloon B cellen en uitgescheiden in de urine. De nieuwe term hiervoor is monoklonale lichteketenproteinurie.

MGUS = monoclonal gammopathy of undetermined significance
Er is sprake van een (asymptomatische) aanwezigheid van monoklonale gammopathie, waarbij de bekende oorzaken voor de aanwezigheid van een monoklonale gammopathie zijn uitgesloten. Dit betekent dat om een monoklonale gammopathie MGUS te kunnen noemen beenmergonderzoek en skeletfoto's verricht moeten zijn.

Door de Scientific Advisors of the International Myeloma Foundation (1)), bevestigd in de WHO 2008 classificatie (2), zijn guidelines gepubliceerd waarin de volgende diagnostische criteria voor MGUS beschreven staan:

  1. Laag gehalte aan serum en/of urine M-proteïne (dwz serum IgG <30 g/l;serum IgA <20 g/l; urine kappa of lambda <1 g/24 uur).
  2. Monoclonale BM plasmacellen <10%.
  3. Geen eindorgaan schade (CRAB: hypercalciemie; renal insufficiency, anemia, bone lesions), dus normaal serum calcium, Hb, creatinine; geen lytische bothaarden (volledige X-skeletstatus vereist). Geen klinische of lab. aanwijzigingen voor amyloidose of light-chain deposition disease.

Een IgM MGUS is geassocieerd met clonale lymfoplasmacytaire cellen en kan progediëren richting lymfoplasmacytair lymfoom/Waldenström. Een non-IgM MGUS (IgG en IgA) is geassocieerd met de aanwezigheid van clonale plasmacellen en kan progediëren richting multipel myeloom.

Opmerkingen:

Noodzakelijk onderzoek

In het geval van een monoklonale gammopathie IgG en IgA wordt het volgende onderzoek geadviseerd. (7,11)

Bij IgG, IgA < 10 g/l

In het geval van hypogammaglobulinaemie, hypercalciemie, kreatinine- of LDH-stijging het onderzoek uitbreiden met beenmergcytologie, histologie en cytogenetica, skeletonderzoek, en 24-uurs urine op aard en hoeveelheid van monoklonale lichte ketens.

Bij IgG, IgA > 10 g/l of IgD of monoklonale lichte ketens in het serum

In het geval van een IgM monoklonale gammopathie

Bij IgM < 10 g/l

Bij IgM > 10 g/l

In het geval dat een M-proteïne wordt aangetroffen bij patiënten met een polyneuropathie, dient bij aanwezigheid van een IgM M-proteïne altijd verdere specificatie naar MAG (myelin-associated glycoprotein; wordt via het lab alhier verstuurd naar Rotterdam) te worden verricht en een subcutaan vetbiopt op AL amyloid.

In het geval van monoklonale lichte ketens in de urine (Bence Jones proteinurie)

< 0,2 g/l

> 0,2 g/l

Referenties

  1. Durie, B.G., Kyle, R.A., Belch, A. et al. Myeloma management guidelines: a consensus report from the Scientific Advisors of the International Myeloma Foundation. Hematol J 2003; 4:379-398.
  2. McKenna, R.W., Kyle, R.A. Kuehl, W.M., Grogan,T.M., Harris N.L., Coupland, R.W. Plasma cell neoplasms. In WHO classification of Tumours of Haematopoietic and Lymphoid Tissues 2008.
  3. Kyle, R.A., Therneau, T.M., Rajkumar, S.V., Larson, D.R., Plevak, M..F, Offord, J.R. et al. Prevalence of monoclonal gammopathy of undetermined significance. N Engl J Med 2006; 354:1362-1369.
  4. Ong, F., Hermans, J., Noordijk, E.M., Kieviet, W. de, Weijermans, P.W., Seelen, P.J., Snijder, S., Oostindier, M.J., Kluin-Nelemans, J.C. Developing a population-based registry for patients with paraproteinemias or multiple myeloma. J Clin Epidemiol 1997; 50:909-15.
  5. Kyle, R.A., Therneau, T.M., Rajkumar, S.V., A long-term study of prognosis in monoclonal gammopathy of undetermined significance. N Eng J Med 2002; 346: 564-9.
  6. Kyle, R.A., Therneau, T.M., Rajkumar, S.V. Long-term follow-up of IgM monoclonal gammopathy of undetermined significance. Blood 2003; 102:3759-3764.
  7. Schaar, C.G., Le Cessie, S., Snijder, S. et al: Long-term follow-up of a population based cohort with monoclonal proteinaemia. Br J Haematol 2009;144:176-184
  8. Monoklonale gammopathie (paraproteinaemie). CBO consensus 2001.
  9. Schaar, C.G., Snijder, S., Oostindier, M.J. et al. Monoclonal proteinemia and solid tumors. Eur J Cancer 2004; 40:1539-1544.
  10. Merlini, G, Stone, M.J. Dangerous small B-cell clones. Blood 2006; 108(8):2520-2530.
  11. Schaar, C.G., Ong F, Snijder, S., et al. De kans op de ziekte van Kahler (multipel myeloom) bij patiënten met een paraproteinemie: myeloomrisicoscore, ontwikkeld in de regio van het Integraal Kankercentrum West. Ned Tijdschr Geneesk 1998; 142:1591-1596.


VERWANTE PAGINA'S:
- Multipel myeloom (Morbus Kahler)
- Amyloïdose


LINKS IN DEZE PAGINA:
- CLL
- multipel myeloom
- NHL

Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer