Hemolytische anemie

Datum laatste herziening: 06-06-2007

Kenmerken van hemolyse

Oorzaken

Intravasculaire versus extravasculaire destructie

Hereditaire sferocytose

Klinisch beeld

Diagnose

Behandeling

Deficiëntie glucose-6-fosfaatdehydrogenase (G-6-PD)

Deficiëntie pyruvaatkinase

Paroxismale nachtelijke hemoglobinurie (PNH)

Definitie

Pathogenese

Klinisch beeld

Diagnose

Prognose

Behandeling

Immuungemedieerde hemolyse

Hemolyse door alloantistoffen

Hemolyse door autoantistoffen: AIHA

Paroxismale koude hemoglobinurie

Etiologie

Behandeling

Literatuur

Verwante pagina's

Kenmerken van hemolyse

PM: diagnose hemolyse kan moeilijk zijn wanneer de parameters afwijken t.g.v. verminderde beenmergreserve, acute-fasereactie, leverfunctiestoornissen, etc. Bij hemolytische anemie kan de Coombstest zelfs negatief zijn, wanneer de antistoffen slechts een zwakke bindingsaffiniteit hebben voor de RBC.

Oorzaken

Intravasculaire versus extravasculaire destructie

Vele auteurs hechten veel waarde aan de plaats van destructie van de RBC. Intravasculaire destructie komt vooral voor bij verworven, niet-immuungemedieerde hemolyse. De hemolyse is in deze indeling extravasculair als zij voornamelijk in milt en macrofagen plaats vindt. Behalve dat deze vorm van afbraak aanleiding en verklaring is voor enkele specifieke klinische kenmerken, die o.a. kunnen wijzen op het risico van erg snelle bloedafbraak, is de diagnostische meerwaarde van deze indeling toch beperkt.

Specifiek voor intravasculaire hemolyse zijn:

Hereditaire sferocytose

Erfelijk tekort aan het membraaneiwit spectrine, hetzij primair, hetzij secundair door mutatie in de genen voor ankyrine, band 3 of proteïne 4.2. Dit leidt tot verlies van membraanlipiden met vorming van sferocyten die worden afgebroken in de milt.

Klinisch beeld

Diagnose

Behandeling

Deficiëntie glucose-6-fosfaatdehydrogenase (G-6-PD)

X-gebonden afwijking leidend tot aanvallen van hemolyse in situaties van oxidatieve stress leidend tot uitputting van glutathion (GSH), m.n. door infecties, bepaalde medicamenten en het eten van bonen ('favisme'). Typisch zijn 'blistercellen' of 'bite-cellen' in het bloed, RBC met een soort vacuole tegen de wand die geprecipiteerd Hb bevat. Ook Heinz bodies worden gevormd.

De aanvallen zijn zelflimiterend door productie van reticulocyten, die vers G-6-PG bevatten. Dit betekent ook dat de diagnose in de acute fase gemist kan worden en dat G-6-PD altijd pas enige tijd na een crisis moet bepaald worden. De ernst van de symptomen is afhankelijk van de halfwaardetijd van het enzym. Het (oorspronkelijke) verspreidinggebied komt overeen met de verspreiding van malaria, m.a.w. G-6-PD-deficiëntie biedt bescherming tegen malaria.

De volgende tabel bevat een selectie van geneesmiddelen en aanverwante stoffen die wel of niet problematisch kunnen zijn bij patiënten met G-6-PD-deficiëntie. Een aantal beruchte medicijnen, w.o. enkele oudere analgetica, is ondertussen vervangen door veiliger middelen. Als van een bepaalde stof gebleken is dat zij onveilig is voor deze patiëntengroep, wil dit niet zeggen dat andere chemisch verwante producten automatisch ook risicovol zijn. Een voorbeeld zijn sulfapreparaten, waarvan met name sulfamethoxazol, onderdeel van co-trimoxazol, te vermijden is maar waarvan sulfadiazine – meestal gebruikt in combinatie met het eveneens (redelijk) veilige pyrimethamine – wel kan worden toegepast. Antimalariamiddelen vormen hiervan een ander voorbeeld.

Onveilig bij G-6-PD-deficiëntieVeilig (waarschijnlijk)
Analgetica en antipyretica
  [acetanilide]
 
aspirine
[fenacetine]
paracetamol
Antimalaria
  primaquine
 
chloroquine (Nivaquine)
kinine
proguanil (Paludrine)
Antibiotica
  nitrofurantoïne
  [nalidixinezuur]
 
chloramfenicol
INH
trimetoprim
pyrimethamine (Daraprim)
Sulfamiden
  sulfamethoxazol (in co-trimoxazol)
 
sulfadiazine
Sulfonen
  dapsone
 
Varia
  [menadion = vit K3]
  methyleenblauw
  [naftaleen, motteballen]
  toluidineblauw
 
fytomenadion = Konakion = vit K1
colchicine
fenytoïne (Diphantoïne, Epanutin)
kinidine
levodopa
procaïnamide
vit C
[ ]: niet meer verkrijgbaar of niet meer in gebruik

Deficiëntie pyruvaatkinase

Chronische hemolyse door aantasting van proteïnen t.g.v. ATP-tekort. De anemie veroorzaakt minder klachten dan verwacht op basis van de Hb-waarde doordat de O2-dissociatiekurve is verschoven o.i.v. 2,3-DPG.

Splenomegalie is aanwezig en regelmatig ook ijzerstapeling, zelfs zonder bloedtransfusies. Splenectomie verbetert de verschijnselen maar leidt (i.t.t. sferocytose) niet tot volledige correctie.

Paroxismale nachtelijke hemoglobinurie (PNH)

Definitie

Verworven aandoening door afwijking in het PIG-A-gen (fosfatidylinositol-glycaan complementatiegroep A), resulterend in een verstoorde productie van GPI (glycosylfosfatidylinositol), noodzakelijk voor verankering van vele eiwitten in het celmembraan, zgn. 'ankereiwitten'.

Dit leidt vooral tot de afbraak van RBC, wat de ziekte haar naam gaf, maar ook tot afname en gestoorde functie van leukocyten en trombocyten.

Pathogenese

Klinisch beeld

Diagnose

PM: niet kort na bloedtransfusie om storing door donorcellen te voorkomen

Prognose

Behandeling

Immuungemedieerde hemolyse

Hemolyse door alloantistoffen

Ontstaat door transfusie van niet-compatibel bloed of door zwangerschap.

Behandeling:

Hemolyse door autoantistoffen: AIHA

2 soorten antistoffen op basis van bindingstemperatuur:

PM:

Oorzaken

Specificiteit van koude autoantistoffen: 2 hoofdtypen

Behandeling AIHA: algemeen

Gericht op reductie van de antistoftiter en het afremmen van de bloedafbraak
Bij ernstige of levensbedreigende hemolyse:

Behandeling warme autoantistoffen

  1. waar mogelijk oorzaak (vb medicament) wegnemen
  2. predniso(lo)n 1 mg/kg/d moet effect sorteren binnen 3 weken
    dan snel dosis halveren, daarna traag verder afbouwen over 2-3 maanden
  3. bij onvoldoende effect of recidief: keuze tussen
    1. splenectomie
    2. anti-CD20 375 mg/m2/wk x 4
  4. verdere opties na falen 3a. en/of 3b.:
    1. azathioprine 100-150 mg dd
    2. cyclofosfamide 100 mg dd po is mogelijk wat effectiever dan a. maar geeft ook meer bijwerkingen
    3. ciclosporine
    4. danazol 3-4x 200 mg dd zou na +/- 3 maanden effectief zijn als prednisonspaarder

Behandeling koude autoantistoffen

  1. lichaams- en vooral ook huidtemperatuur op peil houden met warme kleding, warme dranken, verwarmde infusen, ...
  2. in acute situaties: plasmaferese (warmte-wisselaar nodig)
  3. anti-CD20
  4. cytostatica om het maligne proces en de daarmee samenhangende monoclonale antistoftiter te reduceren

PM: prednison meestal weinig zinvol, behalve als antilymfoomtherapie; ook splenectomie weinig effectief

Paroxismale koude hemoglobinurie

Aanvallen van koorts, rugpijn met uitstraling in de benen en hemoglobinurie na blootstelling aan koude, veroorzaakt door IgG koude agglutinines van het Donath-Landsteinertype.

Etiologie

Behandeling

Literatuur


VERWANTE PAGINA'S:
- Algemeen
- IJzergebreksanemie
- Megaloblastaire anemie

Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer