Datum laatste herziening: 05-01-2004
Trombocytopenie bij poliklinische patiënt
Heparine geïnduceerde trombocytopenie


Afkortingen
Behandeling geïndiceerd bij trombo < 30 x 109/l of > 30 x 109/l plus bloedingen. Eerste keus is prednisolon 1 mg/kg/d/os, gedurende max 4-6 wk, daarna uitsluipen in 6 wk. Splenectomie bij (a) geen respons op prednisolon; (b) indien prednisolon nodig is om trombo's > 30 x 109/l te houden; (c) bij recidief. Nota bene: ca. 4 weken voor splenectomie vaccineren met pneumokokkenvaccin (Pneumovax), Haemophilus influenza B-vaccin (Act-Hib), en meningokokkenvaccin Neis-vac-C); pneumokokkenvaccin na 3-5 jaar herhalen. Denk ook aan voorlichting en antibiotica on-demand na splenectomie (Augmentin 500/125 4 dd bij koorts). Zie Infectiepreventie/vaccinatie bij splenectomie en hyposplenisme.
Acute stijging trombocyten gewenst, bijvoorbeeld bij neurologische symptomen, anderszins ernstige bloedingen, acute chirurgie, Methylprednisolon 30 mg/kg/IV (in 20-30 min) of IVIG 1 gr/kg/d ged. 2 dagen (in 4 uur IV) of beide tegelijk; 2-3 x 5 E trombocyten concentraat; eventueel combineren met vincristine, 2 mg IV; bij huid en slijmvliesbloedingen eventueel antifibrinolytica (cyclocapron 3 dd 1.5 gram IV (in 20 min) of zelfde dosis oraal; indien geen of onvoldoende resultaat recombinant FVIIa overwegen (NovoSeven 90 mcg/kg/IV) of trombocytenconcentraat, 1 E/uur continu IV.
Trombocytopenie die in de zwangerschap optreedt, zonder aanwijzingen voor de andere hiergenoemde ziektebeelden. Trombocyten per definitie > 70 x 109/l. Beleid is expectatief. Na de zwangerschap moet trombocytopenie < 2 maanden verdwenen zijn anders toch verdenking op ITP. In navelstreng bloed, trombocyten van kind bepalen.
Beleid: in de zwangerschap streven naar trombo > 30 x 109/l, tegen bevallingsdatum naar trombo > 50 x 109/l met behulp van IVIG, totaal 2 gram/kg/IV in 2 dagen (1 gram/kg per dag), inlooptijd 3-4 uur. Indien splenectomie nodig, in 2e trimester. Bevalling: vaginaal, tenzij bij eerdere zwangerschap ernstige perinatale bloeding bij kind, dan na telling trombo's bij kind (schedelhuid prik) eventueel sectio caesarea. Na bevalling in navelstreng en daarna dagelijks veneus bij kind trombo's tellen.
HIT is een klinische diagnose. Een sterke verdenking ontstaat indien 5-10 dagen na start van heparine, het trombocytenaantal daalt tot onder 100 x 109/l of ten opzichte van uitgangswaarde met 40% is afgenomen, al of niet in combinatie met trombose. Bevestiging kan gezocht worden middels trombocytenaggregatie onderzoek in aanwezigheid van patiënten -, of controle plasma ± heparine. Een alternatief is het aantonen van de antistof gericht tegen het heparine-plaatjes factor-4 complex met behulp van een ELISA-techniek. Door Pouplard et al zijn criteria voor de waarschijnlijkheid van een HIT opgesteld:
| + | herstel trombo's < 10 dagen na staken heparine | +2 |
| of: herstel trombo's met ander anticoagulans | 0 | |
| of: herstel trombo's tijdens continueren heparine | -1 | |
| of: geen herstel trombo's met ander anticoagulans | -2 |
Definitief: 6; Waarschijnlijk: 3-5; Mogelijk: 1-2; Onwaarschijnlijk: 0
Voor beide is geen antidotum aanwezig; de T½ van Orgaran is 24 uur, van Refludan 1.5 uur; Refludan kan gedoseerd worden op de APTT de Orgaran op aXa spiegels (niet routinematig in laboratoria aanwezig); bij nierziekten is de T½ van beide verlengd.
Met name als gevolg van:
VERWANTE PAGINA'S:
- Trombotische trombocytopenische purpura-hemolytisch uremisch syndroom
LINKS IN DEZE PAGINA:
-
Infectiepreventie/vaccinatie bij splenectomie en hyposplenisme
© UMCG | Disclaimer