Trombotische trombocytopenische purpura-hemolytisch uremisch syndroom

Datum laatste herziening: 28-01-2004

Diagnose

Pathogenese

Laboratoriumonderzoek

Uitlokkende factoren

Differentiaal diagnose

Behandeling

Bijkomende behandeling

Behandeling refractaire TTP

Complicaties van de plasmaferese

Behandeling maligniteit of stamceltransplantatie geassocieerde TTP

Behandeling van het recidief

Literatuur

Verwante pagina's

Links in deze pagina

Diagnose

Trombotische trombocytopenische purpura ofwel TTP wordt gekenmerkt door microangiopatische hemolytische anemie (MAHA), trombopenie, wisselende neurologische symptomen, nierinsufficiëntie en koorts. De diagnose TTP kan gesteld worden indien een MAHA samengaat met een trombopenie zonder dat daarvoor een andere verklaring te geven is.

Hemolytische anemie: anemie, reticulocytose, hoog LDH, laag haptoglobine en verhoogd bilirubine; microangiopatisch: fragmentocyten in de uitstrijk van het bloed. Neurologische symptomen kunnen bestaan uit: hoofdpijn, gedragsveranderingen, TIA's, insulten, wisselend bewustzijn, coma. Bijkomende klachten kunnen zijn: buikpijn op basis van gastrointestinale ischemie en visus stoornissen. TTP en hemolytisch uremisch syndroom (HUS) zijn uiteinden van een ziekte. Staan de MAHA en trombopenie op de voorgrond, dan meer TTP, staan MAHA en nierinsufficiëntie op de voorgrond, dan meer HUS.

Pathogenese

Bij het ontstaan van TTP speelt een deficiëntie van Von Willebrand factor cleavage protease (VWF-CP= ADAMTS13) een grote rol, als gevolg van een verworven antistof. Een deficiëntie van VWF-CP kan ook voorkomen bij levercirrose, nierinsufficiëntie, acute ontsteking, diffuse intravasale stolling en maligniteit.

Laboratoriumonderzoek

Uitlokkende factoren

Differentiaal diagnose

Behandeling

Plasmaferese:

Bijkomende behandeling

Behandeling refractaire TTP

Van refractaire TTP wordt gesproken indien na 7 dagelijkse plasmaferesen het trombocytenaantal < 150 x 109/l of het LDH-gehalte verhoogd blijft.

Complicaties van de plasmaferese

Behandeling maligniteit of stamceltransplantatie geassocieerde TTP

Behandeling van het recidief

Recidieven komen bij 36%-50% van de patiënten voor, de meeste binnen 1 jaar na herstel. Het aantal recidieven kan worden beperkt door splenectomie.

Literatuur


VERWANTE PAGINA'S:
- Trombocytopenie bij poliklinische patiënt


LINKS IN DEZE PAGINA:
- Infectiepreventie/vaccinatie bij splenectomie en hyposplenisme

Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer