Datum laatste herziening: 23-04-2010
Antistollingbeleid bij zwangeren met een verhoogd risico op veneuze trombo-embolie
Een optimaal profylaxe beleid om veneuze trombo-embolie tijdens zwangerschap en kraambed te voorkomen.
NB. Verbetering van zwangerschapsuitkomst bij vrouwen met belaste obstetrische voorgeschiedenis en / of trombofilie wordt in dit protocol niet besproken.
Veneuze trombo-embolie = diep veneuze trombose been/arm, longembolie, cerebrale sinus- en mesenteriaaltrombose
Objectieve diagnostiek = DVT: kwantitatieve compressie echo van het been, dan wel arm
Longembolie: spiraal CT-scan
Veneuze trombo-embolie (VTE) tijdens zwangerschap en kraambed komt niet vaak voor, maar is nog steeds een belangrijke oorzaak voor maternale morbiditeit en mortaliteit in de westerse wereld. De incidentie van VTE in de algemene vrouwelijke populatie is 0,5 tot 1 per 1000 zwangerschappen en is ongeveer 5-voudig verhoogd vergeleken met niet zwangere vrouwen van dezelfde leeftijd. Tijdens de zwangerschap is er geen predispositie voor een trimester. Het kraambed geeft het hoogste risico op VTE (1-2 per 1000) en dit neemt nog eens toe na een sectio caesarea.
Het is aannemelijk dat het verhoogde risico op VTE tijdens de zwangerschap een gevolg is van veneuze stase en van fysiologische veranderingen in het hemostatische en fibrinolytische systeem, die leiden tot hypercoagulabiliteit. Hierdoor hebben vrouwen met preëxistente trombofiele afwijkingen een verhoogd risico op VTE tijdens zwangerschap en kraambed, ook als ze nog nooit een VTE hebben door gemaakt. Ongeveer 75% van het geschatte totale risico komt voor rekening van het kraambed, in de meeste studies gedefinieerd als 6 weken postpartum. Een voorgeschiedenis van VTE, met al dan niet aanwezigheid van trombofiele afwijkingen, is een belangrijke risicofactor voor het krijgen van een recidief tijdens zwangerschap of kraambed (2.4%-13%).
Het risico op maternale morbiditeit en mortaliteit als gevolg van VTE kan worden gereduceerd door bij zwangere vrouwen met een klinische verdenking hierop de diagnose met behulp van objectieve diagnostiek aan te tonen en adequaat te behandelen. Ook gerichte tromboseprofylaxe tijdens de zwangerschap en kraambed kan het risico hierop doen verminderen. Bij de afweging hiervan moet naast de boven genoemde risicogroepen, ook rekening worden gehouden met de familieanamnese van patiënte en bijkomende bekende risicofactoren (immobilisatie > 7dg, chirurgie, groot trauma, adipositas (BMI > 30), varicosis).
Laag moleculair gewicht heparines (LMWH) zijn het middel van 1e keus bij zowel behandeling als preventie van VTE tijdens de zwangerschap. Coumarines kunnen, evenals LMWH, in het kraambed worden gebruikt, maar worden bij voorkeur niet gegeven tijdens de zwangerschap. Bij een contra-indicatie voor LMWH of soms bij cardiale indicaties kunnen coumarines tussen de 16e en 36e week van de zwangerschap wel worden gebruikt. Een ander alternatief voor LMWH is danaparoid (Orgaran(r)). Fondaparinux (Arixtra(r)) wordt alleen in uitzonderingsgevallen gebruikt omdat de ervaring met dit middel beperkt is en het deels de placenta passeert. Voor de behandeling van VTE met ongefractioneerde heparine is, gezien de risico's, bijwerkingen en betere alternatieven, in principe geen plaats meer. Aspirine als tromboseprofylaxe heeft onvoldoende effect en is geen optie.
LMWH is niet geregistreerd als medicament dat tijdens de zwangerschap wordt toegediend. Echter, uit de vele observationele studies die zijn verricht blijkt dat het een veilig middel is. LMWH passeert niet de placenta. Het gebruik van LMWH tijdens de zwangerschap is door de verschillende beroepsgroepen daarom geaccepteerd.
Uit diverse studies blijkt het risico op maternale bloedingen bij gebruik van LMWH tijdens de zwangerschap laag is (1,5%). Huidreacties (jeuk, pijn, infiltraatvorming) komen frequent voor bij het gebruik van LMWH tijdens de zwangerschap (0.3-23 %). Overzetten op een ander LMWH kan deze klachten doen afnemen. Osteoporose is beschreven bij langdurig gebruik van ongefractioneerde heparine, bij LMWH is dit risico verwaarloosbaar klein (0-1%). Trombocytopenie bij vrouwen die LMWH gebruiken kan het gevolg zijn van heparine-geinduceerde-trombocytopenie (HIT). HIT is een zeldzame bijwerking, die kan optreden bij gebruik van ongefractioneerde heparine en LMWH. De kans op HIT bij LMWH gebruik is uiterst klein (<0.1%).Er worden antistoffen gevormd tegen een complex van heparine of LMWH met PF4 (plaatjesfactor 4), die verantwoordelijk zijn voor de trombocytopenie en die geassocieerd zijn met een hoog risico op zowel arteriële als veneuze trombose (HITT) en een hoge mortaliteit. Snelle diagnostiek en behandeling zijn obligaat. HIT treedt meestal op na 7-10 dagen gebruik van heparine, na eerdere expositie soms eerder.
Doordat LMWH de placenta niet passeren, zijn teratogene of foetale complicaties uitgesloten. Echter, een uteroplacentaire bloeding kan theoretisch wel optreden. Borstvoeding kan tijdens gebruik van LMWH veilig gegeven worden.
Aangezien het gebruik van coumarines geassocieerd is met een hoger bloedingrisico bij zowel moeder als kind (passeert placenta) is dit niet het middel van eerste keus tijdens de zwangerschap. Daarnaast zijn coumarines teratogeen en kunnen daardoor een embryopathie veroorzaken. Deze treedt vrijwel uitsluitend op bij blootstelling tussen de 6e en 12e week van de zwangerschap en bestaat uit neus hypoplasie en botafwijkingen. Coumarines worden niet in de borstvoeding uitgescheiden en kunnen derhalve dan veilig gegeven worden. Het kind extra vitamine K geven is om deze reden niet noodzakelijk.
Om een eenduidig beleid binnen het UMCG na te streven wordt op de afdeling obstetrie het protocol gebruikt zoals opgesteld door de afdeling stolling. In Tabel 1 wordt dit beleid weergegeven. Let op, deze wijkt af van de richtlijnen van de NVOG.
Uitgangspunten:
Invulling: zie tabel 1.
Tabel 1.
| Risico-inschatting | Omschrijving | Advies |
|---|---|---|
| Laag | Asymptomatisch, heterozygoot factor V Leiden of protrombine mutatie, hoog factor VIII | Watchful waiting |
| Intermediair | Ooit doorgemaakte VTE, onafhankelijk van omstandigheden. Symptomatisch of asymptomatisch deficiënties van proteïne C of S, homozygotie of dubbelheterozygotie voor factor V Leiden of protrombine mutatie | Profylactisch antistolling in de zwangerschap, therapeutisch in het kraambed |
| Hoog | Antitrombine deficiëntie, indicatie voor langdurige antistolling buiten de zwangerschap (zoals recidiverende VTE, antifosfolipidensyndroom) | Therapeutisch antistolling in zwangerschap en kraambed |
Dit voorstel wijkt af van de NVOG standaard door:
Bij LMWH bestaat een profylactische en een therapeutische dosering. Bij coumarines wordt er per definitie gestreefd naar een therapeutische antistollingsniveau. In Tabel 2 wordt de dosering van de meest gebruikte LMWHs tijdens de zwangerschap weergegeven. (Er zijn nauwelijks gecontroleerde interventie studies voorhanden bij vrouwen met een verhoogd risico op VTE tijdens de zwangerschap. Dezelfde beperkingen m.b.t. de optimale dosering en keuze van het anticoagulans gelden ook voor de postpartum periode.)
Tabel 2. Dosering LMWH
| Profylactisch | Therapeutisch | |
|---|---|---|
| Nadroparine (Fraxiparine®) | ||
| < 75 kg | 2850 IE anti-Xa (=0.3 ml) (1dd) 's avonds | 5700 IE anti-Xa (=0.6 ml) (2dd) |
| > 75 kg | 2850 IE anti-Xa (=0.3 ml) (1dd) 's avonds Gaarne overleg bij morbide obesitas (BMI >35) | 7600 IE anti-Xa (=0.8 ml) (2dd) |
| Nadroparine (Fraxodi®) (1e keus bij therapeutische antistolling) | ||
| < 75 kg | – | 11.400 IE anti-Xa (=0.6 ml) (1dd) |
| > 75 kg | – | 15.200 IE anti-Xa (=0.8 ml) (1dd) |
| Tinzaparine (Innohep®) (2e keus bij therapeutische antistolling) | ||
| ≤ 60 kg | – | 10.000 IE anti-Xa (=0.5 ml) (1dd) |
| 61-80 kg | – | 14.000 IE anti-Xa (=0.7 ml) (1dd) |
| > 80 kg | – | 18.000 IE anti-Xa (=0.9 ml) (1dd) |
| Enoxaparine (Clexane®) | ||
| < 60 kg | 1 dd 0.4 ml (100mg/ml) | 2 dd 0.6 ml (100mg/ml) |
| 61-75 kg | 1 dd 0.4 ml | 2 dd 0.8 ml |
| > 75 kg | 1 dd 0.4 ml | 2 dd 1.0 ml |
| Orgaran (Danaparoid®) | ||
| 0.6 ml 2 dd 1 | ||
Heparine, coumarinederivaten en LMWH worden niet uitgescheiden in de borstvoeding. Borstvoeding kan derhalve tijdens gebruik van deze middelen veilig gegeven worden. Voor het kind is de bij borstvoeding gebruikelijke profylactische dosering vitamine K voldoende.
Overwegingen. Bedacht dient te worden dat formele registratie voor het gebruik van laagmoleculairgewicht-heparine in de zwangerschap ontbreekt. Desondanks wordt de voorkeur gegeven voor LMWH boven ongefractioneerde heparine wegens effectiviteit en gebruiksvriendelijkheid. Bij een aantal vrouwen treden lokale subcutane infiltraten op de toedieningsplaatsen van LWMH op. Omzetting naar andere LMWH kan dan aangewezen zijn.
Definitie: bloeding met Hb daling = 1.5 mmol/l, transfusiebehoefte >2 EH RBC, in kritisch orgaan zoals hersenen, retina, of retroperitoneaal.
In alle gevallen tevens vit. K (Konakion(r),1-5 mg) oraal geven, evt. herhalen 1 keer daags. Hoeveelheid en frequentie afhankelijk van aard ingreep, bloedverlies tijdens en aansluitend op ingreep, indicatie voor coumarine en INR voor en na ingreep.
NB. Alleen vit. K iv. geven indien orale toediening niet mogelijk is of resorptie niet gewaarborgd is.
Let op: langzaam toedienen (in tenminste 30 sec)
* Cofact: Bevat na oplossen per ml ten minste: 15 IE factor II (protrombine), 5 IE factor VII, 20 IE factor IX en 15 IE factor X.
Stollingsarts: Dienstdoende, 77038, 06-54784029
VERWANTE PAGINA'S:
- Bloedingsneiging
- Ziekte van Von Willebrand
- Hemofilie A en B
- IVF/PGD bij draagsters van hemofilie
- Trombopathie
- Veneuze trombose
- Tromboserisico en anticonceptie
© UMCG | Disclaimer