Datum laatste herziening: 16-03-2011
Voor de diagnostiek van diep veneuze trombose (DVT) en longembolie (PE) wordt in het UMCG de CBO consensus Diagnostiek, preventie en behandeling van veneuze trombo-embolie en secundaire preventie van arteriële trombose gevolgd. We bepalen dus altijd een klinische voorafkans, meten zo nodig een Ddimeer en diagnosticeren DVT en PE altijd met objectieve technieken. Soms wordt in het kader van wetenschappelijk onderzoek nog aanvullend onderzoek, zoals een MRI, uitgevoerd.
De sectie Stolling van het UMCG heeft een lange traditie in onderzoek naar trombofiele factoren. Wij vinden dat in geselecteerde gevallen het aantonen van trombofilie klinische consequenties heeft, en voegen dit dan ook toe aan de diagnostiek van DVT en PE.
De behandeling van DVT en PE wordt zoveel mogelijk in het kader van studies uitgevoerd (zie Studies). In die gevallen waar geen studie beschikbaar is, of als patiënten niet in aanmerking komen voor een studie, wordt de CBO consensus gevolgd.
Wij gebruiken nadroparine 1dd (Fraxodi, 0.6 cc < 75 kg, 0.8cc vanaf 75 kg) als eerste keuze LMWH. Conform het beleid van de Trombosedienst in Groningen is acenocoumarol onze vitamine K antagonist van 1e keuze (opstartschema 6-4-4 < 75 jaar, 4-2-2 vanaf 75 jaar).
Zwachtelen wordt niet standaard gedaan, patiënten met DVT krijgen routinematig een klasse II kous tot aan de knie voorgeschreven. Patiënten worden in principe twee weken na diagnose op de Stollingspoli (12791) gezien.
Literatuur
CBO consensus Diagnostiek, preventie en behandeling van veneuze trombo-embolie en secundaire preventie van arteriële trombose.
VERWANTE PAGINA'S:
- Bloedingsneiging
- Ziekte van Von Willebrand
- Hemofilie A en B
- IVF/PGD bij draagsters van hemofilie
- Trombopathie
- Tromboseprofylaxe bij zwangeren
- Tromboserisico en anticonceptie
LINKS IN DEZE PAGINA:
-
Diagnostiek, preventie en behandeling van veneuze trombo-embolie en secundaire preventie van arteriële trombose
-
Studies
© UMCG | Disclaimer