CMV: inleiding

Datum laatste herziening: 18-11-2010

In de context van myeloablatieve allogene hematopoietische stamceltransplantatie ontwikkelt 70% van de CMV seropositieve ontvangers CMV antigenemie. Van de seronegatieve ontvangers die een CMV seropositief transplantaat krijgen, ontwikkelt 25-40% CMV antigenemie. Zonder gangiclovir ontwikkelt ongeveer 50% van de patiënten met CMV antigenemie CMV-ziekte. Met het huidige beleid van CMV monitoring en pre-emptieve behandeling is het risico op CMV ziekte kleiner dan 5% gedurende de eerste 100 dagen. Patiënten die gedurende de eerste 100 dagen na transplantatie een CMV reactivatie doormaken en patiënten die worden behandeld met corticosteroïden i.v.m. GVHD hebben het hoogste risico op het ontwikkelen van late CMV ziekte (ongeveer 30%).


VERWANTE PAGINA'S:
- CMV-monitoring
- Pre-emptieve therapie: indicatie, uitvoering en aandachtspunten
- Pre-emptieve therapie staken
- CMV-ziekte: klinisch beeld, diagnose en therapie

Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer