Immunosuppressie bij myeloablatieve conditionering

Datum laatste herziening: 18-11-2010

HLA-identieke verwante donor en niet-verwante donor

Target dalspiegels (LCMSMS methode)

Afbouwen immunosuppressie bij myeloablatieve transplantatie

Verwante pagina's

HLA-identieke verwante donor en niet-verwante donor

In principe proberen we de protocollen van Seattle zo nauwkeurig mogelijk te volgen. Backbone van de post-grafting immunosuppressie is MTX en Tacrolimus. De post-grafting immunosuppressie is onafhankelijk van de donor: dus hetzelfde schema voor verwante en niet-verwante donoren.

MTX spiegels worden niet routinematig gecontroleerd, indicaties om dit wel te doen zijn:

Bij meetbare MTX spiegel 24 uur na infusie: start Leucovorin, bij voorkeur intraveneus, in een dosis van 10 mg/m2 elke 6 uur, totdat MTX spiegels niet meer detecteerbaar zijn.

Target dalspiegels (LCMSMS methode)

Cyclosporine: 165-330 µg/l
Tacrolimus: 5-15 ng/ml
Mycofenolaat mofetil: > 1 mg/l

Afbouwen immunosuppressie bij myeloablatieve transplantatie

NB: er is geen verschil in afbouwschema van immunosuppressie tussen transplantaties met een verwante en een niet-verwante donor

In de afwezigheid van GVHD: start tapering Tacrolimus of Ciclosporine op dag +50. Tapering: min 5% per week voor drank, min 20% per maand voor capsules.

Bij aanwezigheid GVHD: start niet met tapering Tacrolimus of Ciclosporine op dag +50. Houdt Tacrolimus of Ciclosporine op therapeutische spiegels. Taper initiëren op geleide GVHD beloop. In principe altijd eerst steroïden afbouwen. Overweeg Tacrolimus te veranderen in Ciclosporine (en vice versa) bij onvoldoende respons.


VERWANTE PAGINA'S:
- Immunosuppressie bij niet-myeloablatieve SCT, FLU/TBI
- Algemene adviezen m.b.t. immunosuppressie

Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer