Datum laatste herziening: 18-11-2010
HLA-identieke verwante donor volgens Seattle protocol
Niet-verwante donor volgens Seattle protocol
HLA-identieke verwante en niet-verwante donor volgens Hovon-96-armA
HLA-identieke verwante en niet-verwante donor volgens Hovon-96-armB
Target dalspiegels (LCMSMS methode)
Afbouwen immunosuppressie bij niet-myeloablatieve conditionering
In principe proberen we de protocollen van Seattle zo nauwkeurig mogelijk te volgen. Backbone van de post-grafting immunosuppressie na niet-myeloablatieve conditionering is MMF en Ciclosporine. De duur van de post-grafting immunosuppressie en het afbouwschema hiervan is verschillend voor verwante en niet-verwante donoren.
Cyclosporine: 165-330 µg/l
Tacrolimus: 5-15 ng/ml
Mycofenolaat mofetil: > 1 mg/l
Het afbouwen van de immunosuppressie bij niet-myeloablatieve conditionering is afhankelijk van donor (verwant, niet-verwant) en optreden van GVHD. In principe zijn de Seattle protocollen de 'gouden standaard', maar in het kader van lopende studie (HOVON 96) zullen de studieschema's van de lopende studie worden gevolgd.
Afbouwen immunosuppressie is sterk gestuurd door GVHD beloop. Men moet zich realiseren dat het bij 70% tot 80% van de patiënten niet lukt Ciclosporine te stoppen. Bij aanwezigheid GVHD: start niet met afbouwen Ciclosporine of Tacrolimus, maar houdt Ciclosporine of Tacrolimus op therapeutische spiegels. Afbouwen initiëren op geleide GVHD beloop. In principe altijd eerst steroïden afbouwen. Overweeg Ciclosporine te veranderen in Tacrolimus (en vice versa) bij onvoldoende respons.
VERWANTE PAGINA'S:
- Immunosuppressie bij myeloablatieve conditionering
- Algemene adviezen m.b.t. immunosuppressie
© UMCG | Disclaimer