Datum laatste herziening: 18-11-2010
Citraatproblematiek bij afereseprocedure
Behandeling symptomatische hypocalciemie
Myeloablatieve conditionering in principe aferese dag -1: dit ivm geven Methotrexaat gift en mogelijkheid van onvoldoende stamcellen verzameld op de eerste aferese dag (NB doel: start G-CSF vrijdag, aferese dinsdag en transplantatie woensdag).
Niet-myeloablatieve conditionering in principe aferese dag 0 (NB doel: start G-CSF zaterdag, aferese woensdag en transplantatie woensdag).
In principe aferese in en door donorcentrum. Doel aferese dag -1 bij Europese donoren; dag -2 bij donoren buiten Europa.
In principe dient het transplantaat tussen de 5 en 10 x 106 CD34+ cellen per kg te bevatten. Als het transplantaat meer dan 10 x 106 CD34+ cellen per kg bevat dan zal het surplus worden gebruikt voor researchdoeleinden door het laboratorium van de afdeling hematologie, wanneer de donor daar toestemming voor heeft gegeven (hiervoor is toestemming van de Medisch Ethische Commissie van het UMCG).
De afereseprocedure voor verwante donoren vindt plaats op het Interne Dagcentrum en wordt verricht door medewerkers van de Bloedbank. Indien er geschikte perifere bloedvaten zijn, dan aferese via deze perifere bloedvaten, anders dient er voor de procedure een lieslijn te worden ingebracht door een van de hematologen. De verpleegkundige- en medische begeleiding worden verzorgd door de afdeling hematologie van het UMCG.
Voor start en na elke leukaferese: bloedbeeld, Ca, fosfaat, magnesium en albumine controle.
Tijdens de aferese procedure wordt aan het bloed dat het lichaam verlaat citraat toegevoegd. Het citraat antistolt door positief geladen calcium-ionen te binden en daardoor calcium-afhankelijke stollingsfactorreacties te blokkeren.
De afname van geïoniseerd plasma calcium door toevoeging van citraat kan resulteren in symptomatische hypocalciemie, met de volgende verschijnselen:
Tijdens de afereseprocedure worden in 4 uur tijd 6 ampullen (per ampul 1 gram calcium) calciumgluconaat, opgelost in 500 ml NaCl 0,9%, toegediend.
Als de tintelingen optreden en hinderlijk zijn wordt de bloedflow verminderd of tijdelijk gestopt. In meer ernstige gevallen worden één tot drie ampullen calciumgluconaat (1 gram calcium per ampul) langzaam intraveneus toegediend.
VERWANTE PAGINA'S:
- Mobilisatie van perifere bloedstamcellen
- Beenmergafname
- Stamcelinfusie en AB0-incompatibiliteit
© UMCG | Disclaimer