Stamcelinfusie en AB0-incompatibiliteit

Datum laatste herziening: 18-11-2010

Infusie leukaferese materiaal

Leukaferese materiaal: ABO compatibel

Leukaferese materiaal: ABO incompatibel

Infusie beenmerg

Dosis

Immunosuppressie en stamcelinfusie

Verwante pagina's

Links in deze pagina

Infusie leukaferese materiaal

Leukaferese materiaal: ABO compatibel

Leukaferese materiaal: ABO incompatibel

Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen 1) allereerst een major of minor ABO mismatch, en 2) vervolgens tussen de ernst van de te verwachten complicaties, ingedeeld in drie groepen van weinig, middel tot ernstig, gedefinieerd door de combinatie van de hoeveelheid ery-bijmenging (< of > 15 ml) en de titer anti-A of B (< of > 1:16) bij de ontvanger, zie hieronder. Voor follow-up gedurende de eerste weken: zie Transfusies en bloedgroepwisselingen.

I. Major ABO mismatch

(D.w.z. ontvanger heeft antistoffen gericht tegen de erytrocyten van de donor)

Doordat de erytrocyten terechtkomen in het plasma van de patiënt waarin grote hoeveelheden antistoffen aanwezig zijn, treedt direct afbraak op. De behandeling bestaat vooral uit:

  1. Indien erytrocytencontaminatie ≤ 15 ml (≤ 200 x 109) en indien de titer anti-A/anti-B bij de patiënt kleiner of gelijk is aan een verdunning van 1 op 16: Bij reacties:
  2. Indien de titer anti-A/anti-B bij de patiënt groter is dan een verdunning van 1 op 16 en het aantal erytrocyten ≤ 200 x 109: Bij reacties:
  3. Indien meer dan 200 x 109 erytrocyten in transplantaat:
    Overleg dan met transplantatie arts over eventuele aanpassing van het infuusschema; start transfusie van de stamcellen zoals boven beschreven bij een titer anti-A/anti-B: > 1/16.

II. Minor ABO mismatch

(D.w.z. donor heeft antistoffen gericht tegen de erytrocyten van de ontvanger)

In het plasma van de donor bevinden zich antistoffen gericht tegen de A/B antigenen op de erytrocyten van de patiënt/ontvanger. Omdat de hoeveelheid plasma en daarmee de totale hoeveelheid antistoffen in het transplantaat gering is en nog verder verdund wordt in de 2,5-3 liter plasma van de ontvanger, is de kans dat er hemolyse ontstaat zeer gering. Soms is er alleen een positieve directe antiglobuline test. Gevaarlijker is de productie van antistoffen door de donorlymfocyten; deze productie begint circa 2-3 weken na de transplantatie.

Door de toegediende antistoffen kan er hemolyse ontstaan. De behandeling bestaat vooral uit het handhaven van een ruime diurese van 1-2 ml/kg/uur (ter voorkoming van nierinsufficiëntie), zo nodig worden erytrocytenconcentraten toegediend met bloedgroep 0

Infusie beenmerg

Alle beenmerg wordt eerst op de leukaferese machine bewerkt, en dan conform leukaferese materiaal zoals hierboven beschreven toegediend, inclusief eventuele maatregelen voor ABO incompatibiliteit.

Dosis

Bij gemobiliseerde CD34 cellen is het doel tussen de 5 en 10 x 106 CD34+ cellen/kg toe te dienen.
Bij transplantatie van volledig beenmerg is het doel tussen 2 en 4 x 108 mononucleaire cellen/kg toe te dienen.

Immunosuppressie en stamcelinfusie

Voor stemcelinfusie dient de recipiënt tenminste 3 bolus calcineurin inhibitor of minstens 24 uur continue calcineurin inhibitor infusie gehad te hebben.


VERWANTE PAGINA'S:
- Mobilisatie van perifere bloedstamcellen
- Perifere bloedstamcelafarese
- Beenmergafname


LINKS IN DEZE PAGINA:
- Transfusies en bloedgroepwisselingen

Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer