Patiënten met een relaps van hun hematologische ziekte na allogene hematopoietische stamceltransplantatie. Patiënten met een acute leukemie, of uitgebreide of snel progressieve maligniteit moeten eerst cytoreductieve therapie ondergaan vóór eventuele DLI. De meeste en beste ervaring met DLI berust op ervaring in CML, bij andere maligniteiten zijn de resultaten wisselend en vaak gebaseerd op kleine aantallen. Een groot percentage (ongeveer 50%) van de patiënten ontwikkelt GVHD na de DLI.
Bij sterke afname in het donor chimerisme (perifeer bloed mononucleaire en/of CD3 positieve cellen) (>30% afname donorchimerisme, zonder immunosuppressie gebruik) zonder dat er een aanwijzing is voor progressieve ziekte
Immunosuppressie
Gebruik van immunosuppressieve therapie anders dan corticosteroïden moet ten minste 1 week (voor CML-CP: 2 weken) gestopt zijn
De corticosteroïden dosis moet in 1 tot 2 weken zijn afgebouwd tot een dosis van kleiner dan 0,25 mg/kg. Vervolgens moeten steroïden worden afgebouwd op geleide van GVHD en bijnierinsufficiëntie
Behandeling met DLI is gecontra-indiceerd als GVHD toeneemt tijdens het afbouwen (of stoppen) van de immunosuppressieve therapie
GVHD na eventuele DLI moet behandeld worden zoals eerder besproken
Contra-indicatie
Afwezigheid van donor T cellen in het perifere bloed
aGVHD = graad I, of cGVHD (uitgebreider dan orale of oculaire sicca klachten, bijv. in combinatie met trombopenie)
onmogelijkheid immunosuppressie af te bouwen tot corticosteroid dosis van 0,25 mg/kg/dag voor tenminste een week
Donor
Zelfde donor, in goede gezondheid
Donorkeuring herhalen
Negatieve virusserologie
Donor is niet zwanger
Behandeling
1e gift 1 x 107 CD3 positieve cellen: voor beoordeling effect DLI tenminste 8 weken wachten
2e gift: 5 x 107 CD3 positieve cellen. 3e gift 1 x 108 CD3 positieve cellen